Deze week zijn we in Botswana onderweg. We zijn nu in Maun (spreek uit: Ma-oen) aangekomen. Morgen gaan we het Moreni Wildlife Reserve in en zullen daar ook overnachten. Afgelopen zondag zijn we van Namibië Botswana ingereden. Kasane was onze eerste stop. Hier verbleven wij vier nachten in de zeer comfortabele Chobe Bush Lodge. Op maandag maakten we een Evening Game Drive, een avondsafari in het Chobe National Park. NIet met onze eigen auto, maar met een gids in een 9 persoons safarivoertuig.
De ingang van het Chobe National Park is 4km van de lodge. Al gauw zien we
buffels en langs de Chobe rivier veel badende olifanten. Verscheidene groepen olifanten nemen uitgebreid een bad in de rivier. Ze spelen met elkaar. Na het bad gooien ze zand over hun rug. De kudu’s zijn ook present, maar ook de puku’s. Die zijn vrij zeldzaam en worden met uitsterven bedreigd. Ze hebben een dikkere vacht, maar zijn tamelijk weerloos. Impala’s zijn er hier in overvloed. In de verte zien we buffels aan de oevers van de rivier. We zien nog veel meer olifanten, maar ook gestreepte mongoose. Dit is een klein diertje en ze eten de meest giftige slangen. We zien ook de guinea fowl, een vogel die heel taai schijnt te zijn. Ook een gier en een Afrikaanse visarend zitten in de bomen. Net als de rode hornbill. Zebra’s zijn er hier niet veel. Na heel veel moeite ontdekken we er welgeteld drie. Aan het eind van de drive, als we al op weg naar de uitgang zijn krijgt de gids via zijn radio bericht over een waarneming. We nemen een afslag en komen oog in oog met een eenzame leeuwin. De zon is al onder, maar

ik kan toch mooie plaatjes maken. De middag is helemaal geslaagd.
De volgende dag maken we een busexcursie naar de Victoria-watervallen. Deze liggen op de grens tussen Zimbabwe en Zambia.
We rijden eerst tot aan de grens tussen Botswana en Zimbabwe. Dat is maar een kwartier. We halen een uitreisstempel bij de Botswaanse grenspolitie. Dan rijden we naar de Zimbabwaanse grenspost. Daar moeten we
uit de bus en worden we opgevangen door Tash, de Borderpassage Co-ordinator. Hij wijst ons de weg naar het loket. Daar staan we zo’n 1,5 uur in de rij. Er zijn maar twee ambtenaren beschikbaar voor de visa-aanvragen. Ze werken wel door, maar de procedure is omslachtig en vrijwel geheel handmatig. Tussen het stempelen door kijken de ambtenaren ook naar een herhaling van de Champions League finale. Het dagvisum kost US$30 per persoon. Contant te betalen en er is geen wisselgeld. Als we er
allemaal door zijn kunnen we met onze Zimbabwaanse gids Smart – zo heet hij echt – verder in een Zimbabwaanse bus van Shearwater tours. Het is dan nog één uur rijden naar de Victoria watervallen. Victoria Falls is een plaats, die volledig op toeristen is gericht. Sinds dr Livingstone in 1855 als eerste Europeaan de watervallen zag en wereldkundig maakte zijn deze watervallen een grote trekpleister geworden. De lokale bevolking noemt deze watervallen tegenwoordig de Mosi-oa-Tunya (Letterlijk vertaald: de rook die dondert). We rijden meteen naar de watervallen,
waar we om 11.30 aankomen. Van Smart krijgen we een regenponcho, want de watervallen spetteren nogal. Wij hebben de Guided Tour geboekt, dat wil zeggen dat de gids bij ons blijft en een lunch voor ons regelt. Het nationaal park is overzichtelijk. De watervallen zijn heel breed en bestaan uit een 8 tal watervallen. Er loopt een wandeling langs de oever met 16 uitkijkpunten. We lopen ze allemaal af. Smart vertelt er wat bij. De watervallen zijn prachtig om te zien. De tweede helft wordt steeds natter. Het spettert (of regent) hier meer. Het is bijna een mist en de wind staat onze kant op. Ondanks de poncho’s worden we toch behoorlijk nat aan de broekspijpen en de schoenen. Foto’s maken gaat dan niet meer en door de mist zie je ook niet zoveel meer. We lopen tot aan het uitzicht op de brug over de Zambezi. Dit is ook de grenspost met Zambia. Op de brug wordt bunjee jumpen aangeboden.
We slaan het gade, vanuit uit een relatief droge positie. Na de lunch brengt Smart ons naar de open Craft Market. Daar worden we belaagd door verkopers van kunst en volksnijverheid. Het is gewoon niet leuk meer. Er is een hal waar uitsluitend vrouwen verkopen. Die zijn iets minder opdringerig maar werken wel op het gemoed. We kopen een kommetje voor 3 US dollar. Dan worden we het zat en gaan wat drinken. Ik ga nog bij een Craft Mall om de hoek kijken en daar is een heel andere sfeer. Je kunt er rustig rondkijken zonder dat je wordt lastig gevallen. Daar hadden we beter meteen heen kunnen gaan.
Op de derde dag in Kasane gaan we ’s middags mee met een sunset river cruise op de Chobe rivier. De rivier
vormt hier de grens tussen Botswana en Namibië. Het is een prachtig wetland met veel wilde dieren. We varen op een grote boot, maar het wordt een mooie tocht. We zitten voor op de boot en hebben een koninklijk uitzicht. We zien olifanten, krokodillen, nijlpaarden, kudu’s, lechwe’s (heel zeldzame antilope soort), waterbuffels, Afrikaanse Schaarbeks (met uitsterven bedreigde vogelsoort),
lepelaars, ooievaars, leguaan, Afrikaanse visarend en nog zo wat soorten. Afgerond met een mooie zonsondergang aan de Namibische horizon.
Vanuit Kasane reizen we verder naar Nata. Dat is ruim 300 km rijden over een hele goede geasfalteerde weg. We komen rond 12 uur in Nata aan. Het dorp stelt niet zoveel voor maar de Lodge, die 8 km ten zuiden van het dorp licht is erg aantrekkelijk. We logeren in een huisje op palen midden in het bos. Het bos zit vol met mooie vogels. In de namiddag gaan we op excursie naar de Sua Pan in het Nata Sanctuary, waar veel vogels zitten. We zien Northern Black Korhaan, southern crowned cranes (grijze kroonkraanvogels), een Double banded courser (dubbelbandrenvogel), pelikanen en nog een hele boel eendensoorten. We zien een mooie
zonsondergang over water van de Sua Pan. Als de zon onder is kleurt de hemel mooi rood en is het tijd om weer terug te gaan over de zandpaden van het sanctuary en vervolgens over de verharde weg met vele diepe putten. Rond kwart voor zeven zijn we weer terug in het hotel.
Vandaag zijn we naar Maun gereden over een vreselijk slechte weg. Vol met gaten, zo groot dat we de auto er in zouden kunnen parkeren. Een deel van de weg was zelfs afgesloten en we moesten via een zandweg naar een alternatieve route uitwijken. Uiteindelijk kwam het allemaal wel goed al bleven de gaten in de weg het hele reis van zo’n 300km onze aandacht opeisen.


