De afgelopen week stond grotendeels in het teken van het grote wild. Het begon al bij onze aankomst in Twyfelfontein. Bij onze gelijknamige lodge was een kudde olifanten
neergestreken. We konden er meteen op af. Maar rond het middaguur lagen de grote dieren voornamelijk te slapen. Later in de middag kwam de groep in beweging en trok op richting ons hotel. De meesten bleven op respectabele afstand, maar één kwam het terrein van de lodge op. Dat was nogal een spectakel. Zelfs het personeel kwam in grote getalen kijken. De olfifant kwam tot dichtbij de paviljoens met hotelkamers, maar voegde zich toch maar weer bij de groep. De hele club trok om een uur of vijf weer weg.
Twyfelfontein is meer bekend vanwege de rotstekeningen van het San-volk, die zo’n 6000 jaar oud zijn. De verplichte rondleiding
duurt ongeveer 45 minuten. Gids Dion leidt ons rond langs een grote hoeveelheid rotstekeningen. Vooral veel voorstellingen van dieren. Sommige hebben een religieus karakter andere meer educatief of informatief. Er is zelf iets wat je een kaart van waterbronnen zou kunnen noemen. De zon staat inmiddels hoog aan de hemel en het is erg heet.
Vanaf Twyfelfontein rijden we naar de Toshari lodge net buiten het Etosha National Park. Onderweg komen we springbokken tegen, die de weg overspringen. Ook zien we groepen bavianen door de vlakten trekken langs de weg. Een verdwaalde Oryx ontwaren we in de verte. Tot Khorixas rijden we op gravelwegen. Dit keer wel met de nodige heuvels en bochten. Vanaf Khorixas wordt de weg keurig verhard en kunnen we ook goed doorrijden. Onze auto heeft een gps-tracker,
die een piepsignaal geeft als we te hard rijden. 60 km/u voor in de stad en in NParken, 80 op onverharde wegen en 120 op verharde wegen. Rijden we te hard, zijn we niet verzekerd. Nu kunnen we dus doorrijden.
De Toshari Lodge bereiken we rond 12 uur. De kamers zijn in kleine huisjes op het terrein. Na de lunch rijden we naar Etosha National Park. We betalen de entree van 80 NAMdollar pp en 10 dollar per auto. Al gauw zien we kuddes zebra’s en springbokken. Hier en daar nog een
gemsbok of oryx. We bezoeken nog een paar waterholes, maar dat levert niet veel op. De zebra’s en springbokken zijn zeer goed vertegenwoordigd in Etosha. De volgende dag rijden we weer naar Etosha, maar nu zullen we twee nachten verblijven in het park. We rijden naar de Okadengo water hole – een drinkplaats voor dieren – ten noorden van Okaukuejo. We zien daar een hele grote kudde zebra’s. Verderop zien we auto’s stil staan en mensen gebaren ons om dichterbij
te komen. Niet voor niets: vier leeuwen
liggen hier uit te rusten. We maken prachtige foto’s van de drie dames en een heer. We rijden verder en we zien giraffes, gnoes en natuurlijk weer vele zebra’s en springbokken.
Terug in Okaukuejo gaan we rond 17 uur naar de waterhole van het kamp. Het is nog erg rustig. De lichten worden langzaamaan ontstoken. Er verschijnen twee jakhalzen, die wat vogels proberen te verschalken, hetgeen niet erg lukt. Dan wordt het stil. Na het diner lopen we weer naar de waterhole. Dan komt er net een neushoorn een bad nemen. Hij doet rustig aan zijn wasje en gaat dan langzaam het duister weer in. We horen leeuwengebrul en vaag is een leeuw te zien, maar hij komt niet naar het water. Even later verschijnt een andere neushoorn met een jong. Heel voorzichtig drinken ze wat, maar gaan het water niet in. Dan lopen ze weg en na een hele tijd proberen ze het nog eens. Weer gaan ze het water niet in en lopen weg. Dan wordt het weer stil en wij gaan terug naar onze kamer. We hebben inmiddels al drie van de big five gezien.
Etosha is enorm in omvang: ruim 22 duizend vierkante kilometer. Dat is 2/3 van Nederland! We
zijn op weg richting Numotoni. Een kamp aan de Oostzijde van Etosha. Dat is 110 km rijden over onverharde wegen. Soms redelijk, soms voorzien van “wasbordjes” en gaten. Vlak voor Numotomi is er een waterhole waar veel wild op af schijnt te komen: Chadup. We rijden er heen en worden niet teleurgesteld. Er drinken twee giraffes een club zebra’s en steenbokken. De giraffes zien drinken is een bijzonder gezicht.
Dan rijden we door naar Namutoni. Dat is een nepkasteel, dat door de Duitsers hier eind 19e eeuw is neergezet. Volgens een plaquette is het in 1904 bestormd door 500 Ovambo’s, maar de 9 (!) heldhaftige Duitsers hielden stand. Ze worden herdacht door met hun namen op de plaquette. We lunchen hier voor we de laatste 45km naar Onkoshi Camp aanvangen. Deze voeren langs de oevers van de Etosha Pan, een enorme opgedroogde zoutvlakte in het midden van het NP. Het is ruim 6000 km² groot. De weg naar Onkoshi is alsof we op weg zijn naar het
eind van de wereld. Eindeloos rijden we zonder iets of iemand tegen te komen richting het kamp aan de rand van de pan. Onkoshi bestaat uit 17 canvas bungalows op palen met uitzicht op de pan. Het uitzicht is heel bijzonder. Ons bed staat naar de schuifpui gericht, dus vanuit bed hebben we dit adembenemende uitzicht. Er is ook een restaurant, een bar en een (ijskoud) zwembadje. We rusten wat uit, doen een dip in het zwembad en luieren wat. Om 19 uur gaan we op evening game drive. Onze gids Barnabas waarschuwt dat het succes van een game drive veel met geluk te maken heeft. De natuur laat zich niet sturen. We rijden eerst kilometers door het pikkedonker. Onderweg komen we grootoorvossen tegen. Dit zijn hele kleine vosjes die van termieten leven. Ze hebben grote oren om deze insecten te kunnen horen. We rijden naar een waterhole en na een paar minuten ontwaren we een gevlekte hyena. Daarna een viertal zwarte neushoorns. Dat is bijzonder want deze neushoornsoort is ernstig bedreigd in zijn bestaan. De neushoorns drinken en baden in de pool. Dan komt er een olifant bij. Die drinkt heel veel. Per teug zo’n 8 liter en per dag 125 liter. De neushoorns maken zich druk en dan komt er nog een olifant. Barnabas licht ze aan met een schijnwerper. Het wordt wel frisser ’s avonds. Van 28 graden overdag naar 14 graden ’s avonds. Op de terugweg zien we nog een springhaas.
We worden wakker met een prachtig uitzicht op de pan. Het is wel steenkoud. Gelukkig is het douchewater lekker warm. Na het ontbijt gaan we op weg naar Rundu. Het is een lange rit van bijna 400km. Gelukkig is de hele route geasfalteerd en buiten het park mogen we 120km/u rijden. Een eerste stop maken we in Tsumeb. Hier tanken we en drinken
we koffie bij de Wimpy. Koffiecultuur is aan de Namibianen nog niet besteed. Het is een drukke provincieplaats met veel winkels en benzinestations. Na de koffie en geld opnemen rijden we door. Onze lodge in Rundu, de Tambutih, ligt aan de Okavango rivier, die de grens vormt met Angola. We kunnen het buurland vanuit ons hotel zien liggen.
De Tambutih Lodge bestaat uit huisjes. Wij hebben een relatief grote met drie bedden en een enorme badkamer. Later op de middag maken we een kleine wandeling naar de rivieroever en turen naar Angola.
We
gaan op weg naar Divundu. Het is een rechte weg van bijna 200km. Onderweg komen we weer langs miniscule gehuchten, waar mensen in hutjes wonen in een soort kraal. We zien de kinderen naar school lopen en de vrouwen water en boodschappen halen. Mannen staan langs de weg te liften naar ergens anders. Na ongeveer 2,5 uur zijn in Divundu en verlaten we de B8 richting de Nunda River Lodge. We worden nog even aangehouden voor een politiecontrole en door naar de Lodge aan de oevers van de Okavango. Om 16.30 begint de sunset river cruise. We gaan
eerst een stuk stroomafwaarts en zien krokodillen, varanen, aalscholvers, kingfishers, egrets, reigers en nog veel meer. Vervolgens keren we om en gaan stroomopwaarts. We zien nog meer krokodillen, maar ook de nijlpaarden die we al vanaf ons balkon konden zien. We varen door tot de Poppa Falls, een watervalletje, of meer een stroomversnelling in de Okavango.
De
volgende ochtend worden we wakker van het geknor van de nijlpaarden. Na het ontbijt rijden we met onze auto naar het Mahanga Core gebied van het Bwabwata National Park. Het reservaat ligt langs de rivier en veel dieren trekken er doorheen om in de rivier te kunnen drinken en baden. We zien de Sable, een vrij zeldzame antilope soort, die het hier goed doet. Verder steenbokken en impala’s. Dan zien we ineens een grote groep buffels. Ze kijken ons argwanend aan. Er zitten kalve
ren tussen. In de verte zien we nog meer buffels in het water staan. Witte vogels gaan op hun rug zitten. Verderop zien we groepjes wrattenzwijnen op zoek naar eten. Het lijkt een gezinsverband met twee volwassenen en een aantal biggen. Er lopen hier ook Kudu’s rond, herkenbaar aan de witte strepen. Die zijn wel schuwer dan de andere hertachtigen. We rijden naar de reusachtige Baobab boom vanwaar
we een mooi uitzicht hebben. We zien struisvogels en ook gieren, arenden en valken. We komen ogen tekort. Een tijdlang hebben we het rijk alleen. Pas als we richting uitgang gaan komen we anderen tegen.
Vandaag zijn we naar Kasane gereden in Botswana. De weg naar het oosten was kaarsrecht en lang: ruim 400km. De route loopt voor een groot deel door het Bwabwata National Park en voortdurend worden gewaarschuwd voor overstekend wild. Lange tijd zien we helemaal geen wild, maar dan opeens zit er langs de kant een Cheetah ofwel een jachtluipaard. We zijn te verbaasd om een meteen een foto te nemen. We draaien om, maar het dier is al vertrokken. Verderop zien we nog een aantal antilopen en bavianen.
De grenspassage gaat wat minder vlot dan we hoopten, omdat we per ongeluk het loket voor het uitreisstempel missen. Bij de Botswaanse immigratie worden we teruggestuurd.
Dan voor een tweede maal door niemandsland om het stempel te halen en weer terug. Voor de invoer van de auto betalen we N$220 ofwel zo’n 30 euro. Daarna rijden we vlot door naar Kasane, aan de rand van het Chobe National Park. Hier zullen we 4 dagen blijven. In Kasane en vooral rond ons hotel is het vergeven van de bavianen en de wrattenzwijnen.
Hoi Eddy en Erik
Wat een fantastisch verslag!
groetjes Michael
Dank!
Mooie reis!
Geweldig wat een mooie reis.