Eddy en Erik op Reis

Namibië: door de woestijn van Windhoek naar Sossusvlei en Swakopmund

Namib_mapWe zitten nu in Uis een minuskuul dorpje in Damaraland in Namibië. Hier was ooit een tinmijn, maar die is in 1990 gesloten bij gebrek aan vraag. Uis ligt dichtbij de Brandberg, met ruim 2573 meter de hoogste top van Namibië. We zijn nu een week op pad in dit bijzondere land en hebben al wat mooie landschappen gezien. Namibië is erg dun bevolkt. Het is drie het oppervlak van Duitsland, maar met een bevolking van 2 miljoen. De afstanden zijn daarom vrij groot. Het land werd eind 19e eeuw gekoloniseerd door Duitsland. Duitsland was er laat bij en moest genoegen nemen met wat de andere Europese landen hadden laten liggen, zoals dit woestijngebied ten noorden van de Kaapprovincie. Zij noemden het Südwest Afrika. Tijdens de 1e wereldoorlog namen de Britten het in en na die oorlog kreeg Zuid-Afrika het als protectoraat toegewezen. Na een onafhankelijkheidsstrijd werd het land in 1990 onafhankelijk als Namibië. Er zijn nog veel Duitstaligen hier, maar ook Afrikaners, naast de inheemse volken van Namibië. Voertaal is Engels, maar er wordt ook nog Duits en Afrikaans gesproken en natuurlijk de talen van de Namibische volken.

We zijn op vrijdagavond vertrokken vanuit Schiphol en met een tussenlanding in Luanda (Angola), ’s ochtends rond half tien in Windhoek, de hoofdstad van Namibië aangekomen. IMG_5944Erik’s koffer komt na een half uur op de band, maar mijn koffer doet er meer dan een uur over. Dan kunnen we door de douane en komen in de hal. We worden opgewacht door een medewerker van Asco Car Hire. Hij moet echter nog wachten op een ander stel uit Duitsland. Van één van hen blijkt de koffer zoekgeraakt. Hij moet dan nog rapport daarvan laten opmaken. Uiteindelijk gaan we pas rond 12.30 op weg naar Windhoek. Het is nog 45 minuten rijden. Om half twee zijn we bij Asco. Daar moet ik een berg formulieren ondertekenen en daarna krijgen we een video te zien over de gevaren van en de voorzorgsmaatregelen bij het rijden in Namibië met een 4WD auto. We krijgen een vierzits Toyota Hilux 4WD mee met een afgesloten bagageruim. Ruim na twee uur kunnen we door naar ons guest house, Rivendell in het westen van de stad. We zijn inmiddels doodop.

De volgende dag maken we de lange rit van zes uur naar Sesriem. We zijn nog maar net de stad uit en we zien al de eerste apen langs de weg. In Rehoboth drinken we koffie bij een fast food restaurant en vandaar rijden we de onverharde weg C24 op richting Sesriem. De staat van de weg is redelijk goed, maar we mogen niet harder dan 80km en soms gaat dat zelfs niet. Onderweg eten we onze broodjes op. We zetten door en komen door het prachtige landschap van de Remhoogte pas. Vervolgens rijden we richting de Namib woestijn. Rond 15.45 komen we aan bij Le Mirage Resort en Spa.

Na een heerlijk diner en goede nachtrust, gaat de wekker gaat om 4.45. Het is buiten nog pikkedonker, maar we willen er vroeg bij zijn om de Sossusvlei te bezoeken met ochtendlicht. We zijn niet de enigen, want het restaurant zit om 5 uur ’s ochtends goed vol. Na het ontbijt nemen we de lunchpakketten, die we hebben besteld in ontvangst. We gaan in het donker, bijna schemerduister op weg naar het Sossusvlei National Park. Er is voor ons geen verkeer op de weg. Achter ons zien we wel een stoet auto’s in aantocht. De schemering zet snel in. Als we na 20km bij de ingang van het NP zijn kunnen we al wat meer zien. Het park gaat bij zonsopgang open en vandaag is dat om 6.30 uur. Het is nog fris buiten. Niet meer dan 14 graden.  Dan gaat de poort open en gaan we op weg over een geasfalteerde wegIMG_6004 richting Sossusvlei. Sossusvlei ligt in de Namib woestijn en maakt deel uit van het Namib – Naukluft NP. Het is een zandzee met hoge duinen, die de woestijn van de Atlantische Oceaan scheiden. Het is nog ruim 55km naar Sossusvlei vanaf de ingang. Na 45 km komen we bij Dune 45. Deze duin ziet er mooi uit en is populair onder de bezoekers. We gaan hier van de weg af en doen een poging tot beklimming. Het zand is erg los en het klimmen zeer inspannend. We gaan niet helemaal naar boven, maar keren halverwege om. Toch hebben we een mooi uitzicht op het duinlandschap. Van Dune 45 is het nog een tiental kilometers naar een parkeerplaats, waar shuttlebusjes klaar staan om ons naar de Sossusvlei zelf te brengen. Je kunt op eigen risico ook zelf verder rijden, maar dat is meer voor de ervaren rijders. Dat blijkt ook wel, want we komen al snel een 5-tal gestrande auto’s tegen. Wij rijden er glunderend langs. De shuttle kost $60 per persoon. Vanaf de parkeerplaats lopen we naar de duinen en gaan weer naar boven. Het uitzicht is prachtig in het ochtendlicht. We komen een heel eind. Belangrijk is gebruik te maken van voetstappen van IMG_6019voorgangers, want daar is het zand al samengeperst. We lopen weer terug en gaan door een zoutpan. Een plek waar in de regentijd water staat, maar dat weer verdampt in de droge tijd (vanaf maart).

Het wordt al flink warm rond 9 uur. Het is dan 28 graden. We nemen de shuttle terug en vervolgens met de auto richting de uitgang. Onderweg zien we groepen Gemsbokken of Oryx langs de kant. Dat is een antilope soort, die het goed doet in droge gebieden.

 

Vanuit Sesriem zetten we koers naar Swakopmund. Het is 362km rijden en dat duurt zo’n 5 uur over de onverharde wegen. We zien al snel een struisvogel langs de weg. Verder is het landschap nogal dor. In de vroege ochtend hebben we wel last van mistflarden, maar die trekken weg als de zon hoger staat. We rijden door de Gaub kloof en later door Kuiseb pas. Daarna begint een eentonige rit door de woestijn richting Walvis Bay. Het duurt ruim 130km en er is helemaal niets te zien, dan zand. De temperatuur loopt op tot 37 graden. Bij Walvis Bay nemen we de C34 naar Swakopmund. Deze loopt achter de duinen door de woestijn. Ook hier weinig te zien, behalve de duinen. De hitte is enorm, maar met de AC is het wel uit te houden. De Airbnb is een appartement in het centrum van Swakopmund. De eigenaar woont in Windhoek. Twee slaapkamers en een woonkamer met open keuken in een rustig appartementengebouw.

We verkennen Swakopmund te voet.Het is de meest Duitse grotere plaats van Namibie en ligt aan de kust.  Eerst lopen we naar de vuurtoren. Dicht daarbij staat een monument voor de “dappere” soldaten van het keizerlijke marinierskorps dat hier in Zuidwest Afrika voor God en Keizer streed bij diverse veldslagen. Het monument is besmeurd geraakt met rode verf. We gaan verder naar he Woermannhuis, een oud Duits gebouw rond een binnenplaats.  Er is ook een toren bij en die kan beklommen worden.  Het uitzicht over Swakopmund is leuk. De zee, de kust, de duinen en de woestijn en natuurlijk Swakopmund zelf met zijn houten en stenen Duitse imperiale gebouwen. We lopen naar het voormalige stationsgebouw, waar nu het Swakopmund hotel is gevestigd, een luxe hotel.

 

Donderdag gaan we naar Walvis Bay. Het is een half uur rijden via de B2 langs de kust. Aan onze rechterhand de Atlantische Oceaan en aan de linkerkant de zandduinen van de Namib woestijn. Walvisbaai is niet een bijzonder mooie plaats. We vinden onze weg naar de haven, waar de boottochten vertrekken om de zeehonden en de dolfijnen te zien. We varen met Catamaran Charters.  Onze gids is Joe, een jonge man van Afrikaner afkomst. Hij praat aan één stuk door over wat we gaan zien, over de dieren en nog veel meer. We zijn de haven nog maar net uit en er springt een zeehond aan boord. Joe waarschuwt de zeehond niet aan te raken tot hij of een van de matrozen zeggen dat het goed is. De bemanning heeft emmers met verse vis aan boord, waarmee de zeehond wordt gevoerd. Dan mag hij ook geaaid worden. Als hij genoeg gevoerd is mag hij weer van boord. Vervolgens komt een eskadron pelikanen aangevlogen, die positie inneemt op de reling van de boot. Ook hij wandelt over het dek en wenst gevoerd te worden. We varen langs een natuurlijke landtong richting een zeehonden kolonie. Die kolonie is zeer druk bevolkt, zo niet overbevolkt. Deze zeehonden zijn niet gewend gevoerd te worden en kijken niet naar ons om. Er zijn jongen die in de branding spelen en vele ouderen die liggen te zonnen. Er zitten ook veel aalscholvers en ook pelikanen. Nadat we het eind van de landtong hebben bereikt (de landtong groeit jaarlijks een meter of zo aan) kiezen we de open zee op zoek naar dolfijnen. Er zijn er niet veel. Uiteindelijk zien we er maar twee.Erik ziet ze het eerst. We varen om een booreiland, dat hier geparkeerd ligt en een hele rij boten die dienstverlenend aan het booreiland zijn. Het booreiland ligt hier werkloos, omdat de olieprijs te laag is. En boren doet men vooral voor de kust van Angola, niet bij Namibië. Dan zetten we koers richting haven en wordt op het achterschip een lunch geserveerd met oesters, vis, kip, rundvlees en inktvis. Allemaal heel lekker en we krijgen er mousserende wijn bij.

Vandaag zijn we dus in Uis. We zijn hier gekomen door een stuk langs de Skeleton Coast te rijden. Langs deze kust zijn regelmatig schepen vergaan door de dichte mist die hier soms hangt en IMG_6223de aanlandige zeestroming. Je spoelt makkelijk aan, maar komt hier bijna niet meer weg. Land bracht hier in het verleden ook geen redding, want op het strand begint de woestijn. We zien één recent gestrand schip, een trawler die hier in 2008 aan de grond liep. Morgen gaan we rotstekeningen bekijken van het San volk, die wel tot 6000 jaar oud zijn.

 

 

 

3 gedachtes aan “Namibië: door de woestijn van Windhoek naar Sossusvlei en Swakopmund

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *