We zijn nu in
Albuquerque, de grote stad in New Mexico. Niet de hoofdstad, want dat is het veel kleinere Santa Fé. We hebben hier via Airbnb een woning gehuurd voor twee dagen, niet ver van Old Town. Tamara is de eigenaar en zij heeft heel veel energie gestoken in het opknappen van dit huisje. Aan heel veel details is gedacht en het huisje is heel goed ingericht en uitgerust met alle gemakken. Hoewel Albuquerque een stad van ongeveer 600.000 inwoners is, is het zeer uitgestrekt en heeft het weinig hoogbouw. In Albuquerque hebben we eerst de Old Town bekeken, het stadsdeel dat door de Spanjaarden begin 18e eeuw gesticht als tussenstop
op de Camino Real, de koninklijke weg van Mexico-stad naar Santa Fé, de meest afgelegen uitpost van Nieuw-Spanje. De meeste gebouwen stammen van eind 18e eeuw. Alleen de kerk San Felipe de Neri is ruim 300 jaar in gebruik als godshuis. Van buiten indrukwekkend, van binnen een beetje teleurstellend. De Old Town is relatief klein en erg toeristisch met veel kunst-, antiek-
en souvenirwinkeltjes. Leuker was het bezoek aan het Aquarium aan de oevers van de Rio Grande. In het grote aquarium zwemmen diverse soorten haaien en roggen rond, die je ook vanuit het cafetaria kunt blijven volgen. Gistermiddag heeft Erik zijn linkerhand gebrand aan de steel van het steelpannetje bij het koken van eieren. De steel van het Ikeapannetje was net zo heet als de pan zelf. Het doet nogal pijn en ik heb een een zalfje en gaasjes gehaald bij Wallgreen’s. Inmiddels gaat het beter.
Na ons vorige bericht zijn we vanuit Colorado naar New Mexico gereden. Onze eerste stop was in Taos. Taos
is een kunstenaarskolonie. Deze reputatie kreeg het dorpje toen twee kunstenaars – Bert Phillips en Ernest Blumenschein – hier in 1898 strandden op weg naar Mexico-stad, toen een wiel van hun wagen afbrak. Ze zijn er nooit toe gekomen om weer te vertrekken. In 1915 richten ze de kunstenaarsvereniging van Taos op en zodoende viert Taos dit jaar zijn 100 jarig bestaan als kunstenaarskolonie. Vele kunstenaars volgden, waaronder Georgia O’ Keefe en ook de Britse schrijver DH Lawrence (van “Lady Chatterley’s Lover”) heeft hier geruime tijd gewoond. Hij ligt buiten Taos op een ranch begraven. De ranch is nu in beheer bij de Universiteit van New :Mexico. In Taos zijn veel kunstgaleries en ook een aantal musea – de meeste in de voormalige woonhuizen van kunstenaars die hier in de jaren 20 en 30 van de 20e eeuw neerstreken.
In Taos
maken we ook kennis met de Adobe bouwstijl, gebaseerd op de manier van bouwen door de Pueblo indianen, die sinds de middeleeuwen in dit gebied wonen . De Pueblos bouwen hun huizen van leem, met weinig en kleine ramen en afgeronde hoeken. De Spanjaarden verbeterden de bouwtechniek door het gebruik van stenen, die door de zon van modder in mallen werden gebakken – een techniek die de Spanjaarden van de Moren hadden geleerd. De stenen muren worden dan gevoegd en gepleisterd met nog meer leem
gemengd met stro. Het is niet erg praktisch materiaal, want het leem lost op in de regen, die toch ook zo nu en dan valt. De meeste Adobe die je tegenwoordig ziet is dan ook gewoon van beton. Een andere bijzonderheid in New Mexico is dat je in restaurants vaak wordt gevraagd of je groene of rode chilipepers bij of in je gerecht wilt. De rode zijn heet, maar te doen, de groene heel erg heet en leiden tot hevige binnenbrand.
Een paar kilometer ten
noorden van Taos ligt Taos Pueblo. Dit is een klein reservaat voor de Pueblo-indianen van Taos. In het oude gedeelte, met de oorspronkelijke gestapelde lemen Adobe complexen, wonen nu nog 10 families zonder elektriciteit, stromend water en energie. Daaromheen wonen 3000 indianen, die gekozen hebben voor de moderne gemakken. We krijgen een rondleiding door een jonge vrouw, die eerstejaarsstudent verpleegkunde is en hier in de gemeenschap hoopt te gaan werken. De tour is gratis, maar fooien zijn erg welkom. We beginnen in de kerk, die op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat. Ze werd gebouwd na de Pueblo-opstand van 1680, toen de indianen in opstand kwamen tegen de Spanjaarden. Ze is nog steeds in gebruik en de indianen, die inmiddels al
lang tot het Katholieke geloof zijn overgegaan – met behoud van hun eigen tradities – delen de priester met de katholieke kerk van Taos. De ruïnes van de oorspronkelijke kerk zijn er ook nog, bij het kerkhof. We zien ook de kleiovens waarin de indianen op traditionele wijze hun fried bread maken. Een groot meerlaags wooncomplex was oorspronkelijk alleen via ladders en via de plafonds toegankelijk. Dit was uit defensieve overwegingen. Met de komst van de Spanjaarden in de 16e eeuw kwamen deuren op de begane grond in gebruik. Die zijn blauw of rood.
Blauw nodigt de vriendelijke geesten uit, de rode zijn om de kwade geesten te verjagen. De bewoners kiezen zelf de kleur. Er zijn erg veel winkeltjes met indiaanse kunstvoorwerpen, sierraden en gebruiksvoorwerpen in Taos Pueblo. Midden op het plein vindt een ceremonie plaats in het teken van Memorial Day. Memorial Day is de dag dat de Amerikanen hun oorlogsdoden herdenken. De gesneuvelde pueblo-indianen van deze stam worden hier herdacht. Veel indianen dienen of hebben gediend in de Amerikaanse krijgsmacht in diverse oorlogen. Dit is tot op de dag van vandaag het geval. ‘s Avonds eten we bij Lambert’s en onze ober komt uit Nederland (Enschedé) en heeft vijf jaar in Rotterdam gewoond voor hij 2,5 jaar geleden met zijn Amerikaanse vrouw naar Taos verhuisde.
Van Taos rijden we naar Santa Fé, de hoofdstad van Nieuw Mexico. We rijden via de High Road door het Sangre de Christo gebergte. Het plaatsje Las Truchas is bekend geworden door de film “Milagro Bean Field War” van Robert Redford en Chimayó is het New Mexico antwoord op Lourdes. De modder onder de plaatselijke kerk uit 1813 wordt genezende werking toegeschreven. Vroeger aten de gelovigen de modder zelfs op! De kerk is mooi om te zien.
Santa Fé is een relatief kleine stad met een prachtig centrum rond d
e centrale plaza. Er staan veel Adobe-gebouwen, zoals het voormalige gouverneurspaleis. Het is nu een museum en onder de colonnade voor het museum verkopen indianen hun volkskunst. Er hangt een ontspannen sfeer en het stadje is makkelijk te belopen. Eindelijk hebben we ook goed weer. De zon schijnt en de temperatuur klimt ruim over de twintig graden. Ook een bezienswaardigheid is het La
Fonda Hotel. Beroemdheden als Kit Carson en president John F. Kennedy behoorden tot de gasten. Boven op het hotel – uiteraard in Adobestijl – is een dakterras met een prachtig uitzicht.
Vanuit Santa Fé zijn we ook nog even naar Los Alamos gereden. Deze plaats is in 1943 in het geheim ontstaan ten behoeve van de ontwikkeling van de atoombom – het zogenaamde Manhattanproject. We bezoeken het Bradbury Science museum met een aardige tentoonstelling over nucleair onderzoek in Los Alamos. Meest interessant is de Geschiedenisafdeling met de expositie over het Manhattanproject. Er wordt ook een film vertoond. Veel aandacht is er voor Robert Oppenheimer, de
wetenschappelijk leider van het project en Generaal Groves, de luchtmachtgeneraal die over de militaire aspecten ging. Het succes van het project was uiteindelijk de productie van de twee atoombommen, die in augustus 1945 op Hiroshima en Nagasaki werden gegooid. Daarop kwam een einde aan de Tweede wereldoorlog met de Japanse capitulatie. Er wordt hier niet stilgestaan bij de verwoesting en ellende die de bom in Japan aanrichtte. Het wordt vooral gezien als een brenger van vrede. Daarnaast is er een vleugel over defensie: hier aandacht voor het up-to-date houden van de nucleaire kennis en de huidige verouderende wapenvoorraad. Tenslotte aandacht voor onderzoek naar andere toepassingen van nucleaire technologie, zoals in de gezondheidszorg en de energievoorziening. Op de vraag of er nog gebouwen over zijn uit de tijd van het Manhattan project
worden we verwezen naar het Fuller House. Dit was een kostschool voor ziekelijke jongens in de bergen, totdat dit gebied werd gevorderd voor het Manhattanproject. De school moest sluiten en de wetenschappers trokken erin. Ook is daar dichtbij Bath Tub Row. Dat is een straatje met huizen uit die tijd, waar de belangrijkste wetenschappers, zoals Oppenheimer en Teller woonden. Deze huizen hadden de luxe van een badkuip. De andere medewerkers waren minder luxueus bedeeld. De reden waarom het project juist hier terecht kwam lag aan Robert Oppenheimer. Nadat Albert Einstein president Roosevelt had overtuigd van de noodzaak van het concentreren en versnellen van het onderzoek naar een kernbom, kreeg Oppenheimer de wetenschappelijke leiding. Gezocht werd een afgelegen locatie, met toch een minimum aan voorzieningen. Oppenheimer kende de streek hier uit de tijd dat hij herstelde van Tbc. Hij stelde voor het project hier te vestigen. De tests werden in Nevada in de woestijn uitgevoerd.
Na Santa Fé zijn we nu dus in Albuquerque. Vandaag hebben we rustig aan gedaan. Vanochtend
zijn we met een kabelbaan de Sandiaberg opgegaan. De kabelbaan overbrugt een hoogte verschil van 4000 voet (1200 meter) en brengt ons naar ruim 10.000 voet boven de zee (3050 m). We hebben daar een weids uitzicht over Albuquerque en de omgeving. Het is vandaag minder zonnig dan gisteren, maar wel ruim boven de 20 graden. Boven op de Sandia berg is het beduidend frisser.
We rijden terug via een gedeelte van de historische Route 66. Route 66 was vanaf de jaren ‘30 de
highway van Chicago naar Los Angeles. De weg speelt een belangrijke rol in de Amerikaanse cultuur van de 20e eeuw. Veel Amerikanen uit de zogenaamde “Dust Bowl”, het stoffige midden westen volgden deze weg naar Californië om de armoede en de stofstormen te ontvluchten. John Steinbeck schrijft erover in zijn roman “Grapes of Wrath” (Druiven der Gramschap) in 1939. In 1946 schreef Bobby Troup zijn bekende succesnummer “Get your kicks on Route 66”, nadat hijzelf de route had afgelegd. Het werd een hit door Nat King Cole. Door het toenemende autobezit na de oorlog nam de route mythische proporties aan. Inmiddels hebben de Interstate snelwegen de functie van de US
highways overgenomen voor het lange afstandsverkeer en zijn veel motels en wegrestaurants langs route 66 verdwenen. Het stuk dat door Albuquerque liep is nu Central Avenue en een groot aantal van de traditionele motels en diners zijn in stand gehouden of weer tot leven gewekt. Wij lunchen in de 66 Diner. Dit wegrestaurant is helemaal in de oude stijl gerestaureerd in Art Deco stijl. Het personeel is ook overeenkomstig uitgedost en het menu is supertraditioneel. Wij nemen een Green Chile Burger, specialiteit van deze tent.
‘s middags bezoeken we het Pueblo Cultural Center. Het centrum bevorderd het behoud van de cultuur
van de 19 Pueblo volken in New Mexico en heeft een tentoonstelling over hun geschiedenis, strijd en cultuur volledig uit het perspectief van de Pueblo indianen zelf. Ze hebben het niet makkelijk gehad. Na een beweging in positieve richting in de jaren ‘30 sloeg de pendule geregeld in de andere richting en werden hun land-, religieuze, culturele en politieke rechten beperkt of werden ze geduwd in de richting van assimilatie. Pas vanaf begin jaren ‘70 onder president Nixon en zijn opvolgers is een ontwikkeling ingezet van autonomie en zelfbeschikking.
Morgen vliegen we weer terug naar Nederland en zit de mooie vakantie er weer op.
Hallo jongens,
Wat weer een uitgebreid verhaal. Mooi dat jullie zoveel meemaken en dat wij daarvan mee kunnen genieten.
Hopelijk gaat het goed met Erik zijn hand.
Nog een hele goede reis verder.
Groeten van
Martin en Gonnie
Dank Eddy en Erik,
Voor jullie zeer interessante en uitgebreide verhaal. Leuk ook het verhaal van de Pueblo indianen. Ik lees jullie reisverslagen altijd met veel plezier. Zo te lezen hebben jullie, ondanks de verbrande linkerhand van Erik, een prachtige tijd in de ‘South West’ gehad en kun je er met veel plezier op terugkijken.
Hartelijke groet,
Henk