Inmiddels zijn we weer thuis. De reis door Wales zit er weer op. Gisteren zijn we vanuit Londen met de Eurostar hogesnelheidstrein naar Rotterdam gereden. Het station St Pancrass International was 5 minuten lopen van ons hotel. De trein vertrok stipt om 11.04 en kwam na 3,5 uur op Rotterdam Centraal aan. 10 minuten later werden door een Uber taxi thuis afgeleverd.
Na het bezoek aan Beaumaris Castle zijn we de volgende dag, maandag 3 juni naar Conwy aan noordkust van Wales gereden. We rijden door het Snowdonia national park richting Conwy. We komen weer langs Llanberis en de Mountain Railway. We rijden verder langs een stuwmeer en een niet meer actieve leisteengroeve. Een van de velen in deze streek. Daarna verder naar Betws-y-Coed, waar we koffiedrinken. De omgeving is prachtig. Bergen, weiden, schapen en de zon schijnt.
We komen rond 12 uur aan in Conwy. We lunchen bij een pub en ik kijk rond 13 uur of we al in de vakantiewoning kunnen. Dat lukt en we trekken erin. Het huisje ligt in de ommuurde stadskern en is modern en goed ingericht. De slaapkamer en badkamer zijn boven. Moderne keuken. Parkeren is lastig, maar het lukt ons toch, zelfs voor de deur. Daarna doen we – net als thuis – boodschappen bij de Spar, die op 1 minuut lopen ligt. In de namiddag wandelen we langs de haven en strand en drinken een biertje.
Het kasteel van Conwy ligt tussen de haven en de spoorlijn. De spoorlijn loopt bijna door het kasteel heen. Drie bruggen verbinden Conwy met Llandudno Junction aan de overkant van de Conwy rivier. Het is een groot kasteel en maakt natuurlijk ook weer deel uit van de Ring of Iron van Edward I van Engeland. Het werd gebouwd tussen 1283 en 1287. Hiervoor moesten een bestaand klooster en een Welshe nederzetting wijken. Dit toont Edward’s koloniale ambities voor Wales. Het is een van de weinige, die ook echt is afgebouwd. De anderen zijn vaak niet helemaal afgemaakt vanwege geldgebrek. Dit kasteel werd nooit belegerd tot de burgeroorlog in 1646. Tijdens die oorlog werd het kasteel opgeknapt voor de legers van koning James I. Na een lang beleg viel het handen van de parlementaire troepen. In 1655 besloot het parlement om het kasteel van zijn militaire functie te ontdoen. Het werd serieus aangepakt en het kasteel werd een ruïne. In de 18e en 19e kreeg de ruïne toeristische waarde. De schilder Turner schilderde het in 1798 en de spoorlijn kwam in 1848. Het uitzicht vanaf de kasteelmuren op de omgeving is prachtig: de riviermonding, de heuvels en het ommuurde stadje Conwy.
Na het kasteel gaan we naar het Plas Mawr. Dit is een familie huis van de familie Wynn in Elizabethaanse stijl. Het werd gebouwd in fasen tussen 1576 en 1585. Het bijzondere is dat weinig of niets aan is veranderd sinds de bouw. Het is te bezoeken en met een kaart en uitleg in de hand lopen we het hele gebouw door. Het is in prachtige staat, niet in de laatste plaats door een 42 maanden durende en £3 mln kostende renovatie door Cadw, de Welshe erfgoed organisatie.
De volgende dag rijden we naar Llandudno, de klassieke badplaats van Noord-Wales. De boulevard lijkt veel op die van Aberystwyth. Een halfronde kustlijn met een lange rij hotels in Victoriaanse gebouwen. We wandelen langs de boulevard en komen langs het beginpunt van een old timer ralley (Three Castles), die hier blijkbaar gaat starten. Veel klassieke automodellen in ‘mint condition’. We rijden vervolgens de Scenic Drive rond en over de Orme. Dit is een bergrug ten westen van Llandudno. Een prachtige rit met op de top een uitzichtpunt met cafetaria. Er is ook een kabeltram, met een heel kort parcours. Er staat een straffe en koude wind, maar het is droog. Er is ook een kapel met begraafplaats, halverwege de top. Na de drive te hebben afgerond rijden we naar Bangor. De enige “stad” aan de noordkust. Bangor heeft een universiteit, die uitkijkt over de stad. Het centrum van Bangor is een beetje armoedig. De kathedraal heeft het formaat van een flinke dorpskerk en het museum is een aardig streekmuseum. Bijzonder is de pier in de Menai Strait, de zeestraat tussen het eiland Anglesey en het vaste land. De steekt bijna de hele zeestraat over. Goed onderhouden, maar nog een beetje stil in deze tijd van het jaar op een doordeweekse namiddag. Vanaf de pier kan op krab worden gevist. Na het pierbezoek gaan we terug naar Conwy.
’s Avonds eten we bij Jackdaw, het toprestaurant van de streek. Men serveert een heerlijk degustatiemenu van zes gangen en diverse amuses en tussengerechten. We nemen ook het wijnarrangement. De glazen zijn wat zuinig ingeschonken, maar zijn zeer goed gematched met de gerechten. Een mengeling van klassiekers en lokale specialiteiten. De service is uitstekend. En wat is dan een Jackdaw? Dat is een vogel, een kauw, maar ook de bijnaam voor hen die binnen de stadsmuren van Conwy zijn geboren.
We drinken de volgende morgen – net als de afgelopen twee dagen – koffie bij café Illy en hebben zelfs even een gesprekje met de eigenaar. Hij komt uit Noord-Irak en heeft een neef in Harderwijk. We rijden vervolgens via de snelweg A55 richting Chester. We zijn al rond 11 uur bij het hotel. De kamer is natuurlijk niet klaar, maar we kunnen de koffers afgeven bij de receptie.
We verkennen het historische centrum van Chester. In het centrum komen de hoofdstraten samen bij het Chester Cross. Bijzonder is dat de winkelstraten twee etages hebben waar verschillende winkels zijn gelegen. Het centrum is prachtig met veel vakwerkhuizen. We lunchen bij Arth Café met een slome bediening. Daarna lopen we naar de Chester Cathedral. Het is een grote kerk, die druk bezocht wordt. De kerkbanken zijn verwijderd voor onderhoud. Later deze week trouwt de Hugh Grosvenor, de 7e Hertog van Westminster hier met koninklijke aanwezigheid. Hij is peetvader van prince George en Archie. We drinken thee in het cafe van de kathedraal en raken aan de praat met een vrijwilliger. Een oude dame die hier een paar keer per week helpt.
We gaan naar hotel om in te checken. We komen langs een fanshop van Liverpool FC. Met grote foto’s van spelers in de etalage, waaronder Virgil van Dijk en Cody Gakpo. Arne Slot zien we niet. Het hotel is de Oddfellows Hall, een Georgian Townhouse. Wij slapen echter in de nieuwbouw op de tweede etage. Geen lift, wel veel trappen. Zelfs in de kamer, want het bed staat op een split level boven de badkamer.
Daarna lopen we weer richting kathedraal, maar nu om de stadsmuur te verkennen. Achter de kathedraal is de muur erg laag. Hier vlak bij staat ook de East Gate Clock, een victoriaans uurwerk boven de Oostpoort. Prachtige klok, eind 19e eeuw. We lopen in westelijk richting om de kathedraal heen tot we bij de Watergate komen. Iets verderop gaan we van de muur af en lopen richting ons hotel. We stoppen bij de Chester Market, een vrij nieuw food court met leuke eettentjes en een cocktail bar. Hier drinken we natuurlijk een cocktail.
We ontbijten in het hotel. In tegenstelling tot het diner gisteravond, is erop het ontbijt niets af te dingen. “Cooked Breakfast” kan worden besteld en er zijn diverse opties. Ik neem zalm, Erik avocado met ei.
We drinken koffie bij Caffè Nero en gaan daarna met de auto naar Liverpool. Het is ongeveer 40 minuten rijden. We rijden door de toltunnel, de Kings Tunnel. Afrekenen gaat lastig een steward komt ons helpen. Kennelijk is hij een Everton fan, want hij grapt dat hij eigenlijk de dubbele prijs had moeten rekenen, vanwege mijn Liverpool FC shirt.
In Liverpool rijden we naar de Centrale Bibliotheek. Een gebouw uit 1830, maar in 2008 smaakvol verbouwd. Prachtig. De oude leeszalen zijn behouden gebleven, waaronder de Picton Reading Room.
We nemen daarna de bus naar de Metropolitan Cathedral. De grote RK kerk van de stad. Gebouwd in 1967 in moderne stijl. De bijnaam is “Paddy’s Wigwam” vanwege de vorm. Het interieur is indrukwekkend. Er kunnen 2000 gelovigen in die allen direct zicht op het hoofdaltaar hebben. Alle kunst in de kerk is modern. De kerk is prachtig verlicht met natuurlijk licht via de glas-in-lood ramen. Na de kerk nemen we de bus terug naar de auto en dan naar Liverpool One winkelcentrum. Daar eten we een burger om vervolgens naar Albert Dock te lopen. Dit is een gerevitaliseerd havengebied met pakhuizen die een nieuwe functie hebben gekregen, waaronder het Tate Liverpool museum. De Beatle experience hebben we hier al eens bezocht in 1996. We lopen rond de haven, kijken naar het Liverpool Museum, het havengebouw met de “Liver Birds” erop en zien over de rivier de Mersey een ferry varen – is dat niet een liedje? Daarna rijden we met de auto weer terug naar Chester.
Voor het diner nemen we een drankje in de hotel bar en lopen dan naar Côte brasserie, niet ver van het hotel. Een prima restaurant met Franse klassiekers op het menu.
De volgende ochtend lijkt ontbijtploeg zich te hebben verslapen, want om 8 uur is nog lang niet alles gereed. Het duurt even voor we aan het ontbijt kunnen beginnen. De coördinatie is ook niet helemaal in orde want we krijgen een paar keer de vraag wat we willen bestellen.
Na het ontbijt op weg naar Londen. We rijden bijna een uur over A-wegen via talloze rotondes, voordat we eindelijk de M52 bereiken. Die is slecht van kwaliteit. Betonnen platen als wegdek, die veel lawaai produceren. Daarna komen we bij Birmingham op de M6 en in de file. Na Birmingham wordt het rustiger en kunnen we lekker doorrijden. Daarna weer wat vertraging, maar bij Londen wordt het steeds stiller op de M1. De M1 houdt op we gaan verder op binnenstedelijke wegen. Het verkeer wordt steeds drukker en de snelheid steeds lager. We tanken 3 mijl voor de aankomst bij ons hotel in Euston. De reis heeft ruim 4 uur geduurd. Erik gaat dan rusten en ik ga naar Thomas Farthing, fine suiting & headware, een prachtige winkel voor heren appareil. Ik koop er een Baker Boy pet voor de zomer.
Om vijf uur gaan we met de metro naar Oxford Circus en lopen naar de Artesian cocktail lounge in het Langham hotel, tegenover de BBC. Het is een heel chique cocktail bar en de drankjes kosten zo’n £25. Erik vindt zijn cocktail niet zo geslaagd en die wordt terstond omgeruild voor iets anders, zonder extra kosten. De bar maakt er werk van om de cocktails te laten smaken naar iets wat er niet in zit, zo wordt ons uitgelegd. Die van Erik heet Coconut, maar er zit geen cocos in, wel artichoc en tijgernoten. Ik neem de Wood met wodka, whiskey, oloros sherry en rooibosthee.
Na de cocktailbar lopen we naar het restaurant, Portland . Hier hebben we een tasting menu met wine pairing. Heerlijk menu en lekkere wijnen. Opmerkelijk is de Engelse mouserende wijn bij de amuses. Het was een zonnige dag en het werd zelfs 19 graden.
Het ontbijt in het Hilton Euston is uitgebreid en goed. Na het ontbijt nemen we de bus naar de Royal Academy of Arts aan Piccadilly. We bezoeken hier de tentoonstelling over de 18e eeuwse schilderes Angelica Kauffmann. Zij was in 1768 een van de oprichters van de Royal Academie en de enige vrouw in die tijd. De Royal Academy is opgericht om de kunsten en professionaliteit in de kunst te bevorderen en is een particuliere organisatie bestuurd door kunstenaars. Kauffmann maakte vooral portretten van kunstzinnige mensen. Na een mislukt huwelijk met een Zweedse nepgraaf nam de schilder Joshua Reynolds haar onder zijn hoede. Later woonde ze 20 jaar in Rome met een nieuwe echtgenoot.
De Royal Academy beslaat twee gebouwen en het is een ware zoektocht om alle tentoonstellingen te vinden. Een ander (tijdelijk) pronkstuk is “Flaming June” van Frederic Lord Leighton (1830-96). Het is een impressionistisch schilderij van een slapende vrouw. Het is geleend van een museum in Porto Rico. Verder heeft de academy een reproductie van het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci door Gianpetriono (16e eeuw) en het enige marmeren beeldhouwwerk van Michelangelo in het VK: De maagd met kind en de kleine Johannes (1504-05).
Na de Academy steken we de straat over naar Fortnum & Mason, een klassiek warenhuis met oude wereld chique. Het bedrijf werd in hier in 1707 opgericht. Er zijn nog filialen op St Pancras station en Heathrow Airport. De begane grond is een paradijs voor liefhebbers van zoetigheden. De kelder is het domein voor exclusieve levensmiddelen en wijn. Verder is het assortiment nogal beperkt. De kookafdeling valt tegen. De beauty en grooming heeft parfumerie, die zo exclusief is dat wij nog nooit van deze merken hebben gehoord. Je kunt hier ook je eigen picnic mand (hamper) laten samenstellen, compleet met servies, glaswerk en bestek.
Na deze pracht en praal gaan we lunchen in het restaurant van F&M aan de achterkant van het gebouw in Jermyn Street. Ook hier is alles luxe en genieten we van een heerlijke lunch.
Dan gaan we terug naar het hotel. In de namiddag nemen we de bus naar Regent Park voor een wandeling in de zon. Het is een prachtig park (in koninklijk bezit), goed onderhouden met diverse cafés, sportvelden en ligweiden. Op de achtergrond zie je hoogbouw van de stad.
’s Avonds gaan we naar een musical. Vooraf eten we bij een Italiaans restaurant (Il Posto) en daarna steken we de straat over naar het Victoria Palace hotel voor de voorstelling van Hamilton. Hamilton gaat over een van de Founding Fathers van de Verenigde Staten. Hij vocht mee in de onafhankelijkheidsoorlog, schreef mee aan de grondwet en werd de eerste minister van Financiën. Hij stond aan de wieg van een centrale bank en introduceerde staatsobligaties om de federale overheid te financieren. Hij ondervond daarbij als wees en immigrant uit het Cairibisch gebied veel weerstand, met name van Thomas Jefferson en James Madison, slavenhoudende zuiderlingen uit Virginia. Hij kwam uiteindelijk om bij een duel met een politieke rivaal. Hij staat nog steeds op het 10 dollarbiljet.
Het is een wervelende show met opzwepende R&B en hiphop muziek. De cast is overwegend zwart.
En dat was het laatste wapenfeit van onze mooie reis. Terug naar het leven van alledag.














Wat jammer dat de reis(verslagen) weer ten einde is. Dank jullie wel voor de geweldige foto’s en de verslaglegging.