We zijn nu in Furano op het eiland Hokkaido. Dit is het noordelijkste grote eiland van Japan, niet ver van Siberië. Dit gebied staat bekend om zijn bloemenpracht in de zomer, maar we zijn hier wat te vroeg in het seizoen om daar iets van te zien.
We begonnen onze reis op vrijdag 16 mei in Tokio, in de wijk Ueno. Hier verbleven we twee nachten om te acclimatiseren en de jet lag kwijt te raken. Het regent flink – en het is warm – dus het Ueno park laten we links liggen. We lopen door de regen naar het Nationaal Museum van Tokio. Er staat een lange rij voor de kaartverkoop. We kopen kaartjes voor de gewone collectie (¥1000 pp). De collectie bevat de hoogtepunten van de Japanse kunst door de eeuwen heen. Prachtige (decoratieve en figuratieve) kunst. Kleden, kamerschermen, tekeningen, handschriften, Samurai wapens en harnassen, kleding en aan het eind nog wat “western style” kunst uit de 19e eeuw. Ruim opgezet en lekker koel.
In de namiddag lopen we vanuit het hotel naar de Ameyokocho straatmarkt. Onder de spoorviaducten is hier een dagelijkse markt met veel eettentjes. Oorspronkelijk werd hier na de oorlog vooral snoep verhandeld, dat door de Amerikaanse bezettingstroepen was meegebracht. Nu is er van alles te koop. Zeer luiddruchtig aan de man gebracht.Het is er ook zeer druk.
Zondagochtend steken de straat over naar het station. De shinkansen sporen zijn 3 lagen onder de grond. We kopen een doosje met eten voor onderweg, de bekende Bento box. De trein vertrekt stipt om 10.51, twee minuten nadat de trein was binnengekomen. Voor we goed en wel zitten rijden we al. Met snelheden tussen de 250 en 300 km/u rijden we noordwaarts. We stoppen nog wel een keer of 6, maar de halteringen zijn zeer kort. Tussen de eilanden Honshu en Hokkaido gaan we door een 85km lange spoortunnel. Om 15.01 komen we aan op station Shin-Hokkaido. Hier eindigt de Shinkansenlijn voorlopig. Een verlenging naar Sapporo is uitgesteld tot na 2030. We stappen over op de lokale trein naar Hakodate, waar we na een kwartier aankomen. We lopen naar het Hotel & Spa Century Marine. Prima hotel met uitzicht op de haven.
’s Avonds eten we bij het Kantore sushi restaurant aan de oceaanzijde van Hakodate. We gaan er met een taxi heen. Veel taxi’s zijn heel oude Toyota Crown modellen. Bijna net zo oud als de meeste taxichauffeurs hier, die nog wat bijklussen om hun pensioen aan te vullen. De chauffeur opent het linkerachterportier met een knop vanachter het stuur. De achterdeur aan de straatzijde mogen we niet gebruiken. De chauffeurs hebben witte handschoenen aan. Het is even wennen. We zitten rond de keuken en worden luidkeels door de koks verwelkomd. Via een iPad bestellen we ons eten, dat vliegensvlug wordt geserveerd. De sushi is heerlijk. Sommige zijn wel heel erg scherp: de tranen springen in de ogen.
Maandagochtend gaan we pas om 8.30u ontbijten, want het hotel heeft gewaarschuwd dat het tussen 7 en 8.30 spitsuur is in het restaurant. Wij mogen vrij snel naar binnen, maar druk is het er wel. Er is enorm veel keuze, maar geen Europese. Veel warm eten: vlees, vis, pasta en zelfs indonesische rendang en ajam.
Na het ontbijt gaan we met de tram naar de Old Brick Warehouses. Dit zijn oude pakhuizen aan de haven uit de 19e eeuw. Gebouwd in de tijd dat Hakodate één van de drie havensteden werd (naast Yokohama en Nagasaki) waar buitenlandse schepen handel mochten drijven. Tot die tijd mochten alleen Nederlanders dat via Dejima bij Nagasaki doen. De pakhuizen worden nu gevuld door winkels en restaurants. We drinken er koffie en kopen een souvenirtje. Daarna gaan we de wijk Motomachi in. Langs stijl oplopende straten staan grote houten huizen uit de 19e eeuw. Hier staan ook een aantal kerken voor de ex-pats uit die tijd. Er is een Rooms-Katholieke, Servisch Orthodoxe en een Anglicaanse kerk. Alle drie zijn te bezichtigen.
We lunchen bij Lucky Pierrot Burgers. Een fenomeen in Hakodate. Hamburgers in opvallend kitcherig ingerichte restaurants. Er zijn er zeven in Hakodate en elk individueel op clowneske wijze ingericht. De lunch vult behoorlijk.
’s Middags nemen we een bad in de Onsen op de 14e etage van het hotel met uitzicht over de stad. Een Onsen is een warm waterbad met water uit een natuurlijke bron. Voor dat we het warme bad in stappen, moeten we uitgebreid douchen. Het bad is voor de ontspanning, niet om schoon te worden. Dames en heren zijn gescheiden, maar wel helemaal bloot. Daarna gaan we eten in Daimon Yokocho, een verzameling piepkleine restaurantjes, Yatai. We kiezen op goed geluk voor een zaakje geleid door iemand uit Myanmar. De bierkaart is Aziatisch en het menu dekt ook heel oost-Azië af. We nemen elk een specialiteit van het huis.
Daarna nemen we een taxi naar de Ropeway, die ons in 3 minuten naar de top van Mt Hakodate voert. Hier is – naar verluidt – het mooiste uitzicht van Japan, op de stad. Vooral in de avond is het zicht op de landtong, waarop de stad tussen baai en oceaan ligt het mooist. Het is er enorm druk en we moeten moeite doen voor een goed plekje.
Dinsdag nemen we de tram naar het Museum van de Noordelijke Volkeren. Voordat de Japanners het eiland Hokkaido volledig koloniseerden in de 18e eeuw, woonden hier voornamelijk Aino, een volk dat verwantschap heeft met volkeren in Siberië en op de Aleoeten, de eilandenrij tussen Siberië en Alaska. De kolonisatie heeft de Aino geen goed gedaan. Ze werden volledig gemarginaliseerd. Pas in 2008 werden ze wettelijk erkend als apart volk met eigen cultuur, taal en religie. Het museum bestaat sinds 2003 en toont de geschiedenis en diverse aspecten van de Aino cultuur door foto’s, voorwerpen, video’s en verhalen.
Daarna nemen we de tram en de bus naar Goryokaku-park. Hier stond eind 19e eeuw een fort dat Japan tegen de Russen moest verdedigen. In 1905 raakten Japan en Rusland echt slaags en won Japan. Van het fort zijn slechts de muren en de slotgracht over. Het middenterrein is nu een park en enkele gebouwen zijn gereconstrueerd. De vijfhoekige vorm van het fort is goed te zien vanaf de 80 meter hoge uitzichttoren naast het park. Hoewel het populaire seizoen van de kersenbloesem wel voorbij is, staan hier nog een paar bomen in bloei, al zal dat niet lang meer duren.
Woensdag nemen we de Hakuto Limited Express richting Sapporo. Vertrek 8:56. Het is geen stoptrein, maar we doen toch tamelijk veel stops aan naar Noboribetsu. We komen daar om 11.28 aan en nemen een taxi naar ons hotel in Noboribetsu Onsen. We kunnen nog niet op de kamer, maar kunnen wel inchecken. Schoenen moeten uit en worden door de conciërge bewaakt.
We lopen in 10 minuten naar het centrum en eten wat bij een Ramen-eethuisje. Eenvoudig, doch lekker eten. Dit kleine dorpje in de bergen draait helemaal om de thermale bronnen. De vele hotels tappen allemaal hun bronwater voor hun Onsen uit deze bronnen. De vage lucht van bedorven eieren is altijd wel enigszins aanwezig. Maar niet hinderlijk. We lopen naar het uitzichtplatform over de Jigokudani (Vallei van de hel). De vallei is een soort maanlandschap met gaten waar stoom uitkomt. Een indrukwekkend gezicht. Vanaf het uitzichtpunt is nog een korte trek te maken naar een ander uitzicht, maar dan over het Oyunuma meer. Dit vulkanische helderblauwe meer bubbelt en stoomt. Het is van bovenaf een ook mooi om te zien. We lopen weer terug naar hotel, waar we inmiddels op de kamer kunnen. We worden opgewacht door de portier, die onze schoenen in ontvangst neemt. Op de 4eetage staat weer iemand klaar, die ons naar de kamer brengt en even later op de kamer Japanse groene thee serveert.
Iets later op de middag maken we gebruik van de Onsen van het hotel. Een kleine onsen, weliswaar, maar wel gevuld met lokaal bronwater. Het water is zo’n 40 graden en we zitten in de buitenlucht. Het is dus een rotemburo. Na een halfuurtje stoven gaan we weer naar boven. We bestellen een sake-proeverij voor bij het diner, dat kort daarna op de kamer geserveerd wordt. Het is zeer uitgebreid en past niet helemaal op onze tafel. De tafel is op Japanse lichaamslengte bedacht en dus nogal laag. Erik neemt de rundvlees versie van de kaseki-maaltijd, ik de visversie. Ik krijg veel sashimi van kabeljauw, zalm, garnaal en tonijn en ook wat gebakken vis. Er worden twee potjes op het vuur gezet, een met rijst en een met een hotpot. Erik moet zijn vlees braden in een pannetje. Hij krijgt ook een rundersashimi. Het smaakt allemaal heerlijik, maar is wel veel. Uiteindelijk een dessert met aardbeienbavarois en jelly.
Ook het ontbijt wordt de volgende ochtend op de kamer geserveerd. Het is gevarieerd en uitgebreid. Na het ontbijt worden we met de shuttle bus naar het station gereden. Op het station worden we door een medewerker erop gewezen, dat we ook een trein eerder naar Sapporo kunnen nemen. Dat scheelt een halfuur. De lokettist verandert onze zitplaatsreserveringen. Aangekomen in Sapporo is het even zoeken waar het hotel is. Het is vlak bij het station, maar wij zijn even de verkeerde kant op gelopen. Helaas kunnen we niet vroeg inchecken. De kamer is pas om 15 uur beschikbaar. We drinken koffie bij Starbucks op het station en In Sapporo nemen we de metro naar de Odori, een grote boulevard in het centrum. Hier staat de Sapporo TV toren, een soort minversie van de Eifeltoren. Vanaf de toren hebben we uitzicht op 90 meter hoogte. Er zijn hogere gebouwen om ons heen. Daarna lunchen we in een warenhuis aan de Odori. Na de lunch ga ik kijken bij de Clock Tower. Deze is in 1878 gebouwd en is het enige overblijfsel van de Agrarische Hogeschool uit die tijd. De klok, waaraan de toren zijn naam ontleent loopt sinds 1881 en is door E. Howard & Co uit Boston geïnstalleerd. Het is inmiddels de oudste klok in Japan, die nog loopt.
’s avonds gaan we naar de Susukino wijk. Dit is de uitgaanswijk van Sapporo. Veel lichtreclames, nachtclubs, eettentjes en bars. Het is inmiddels een stuk kouder en er staat een harde koude wind. Op de kruising van Sapporo Ekimae Dori en Tsukasimi Dori zijn de lichtreclames het grootst en levendigst. We lopen naar de Ramen Alley, een tunneltje onder een kantoorgebouw met tal van ramen zaakjes. Wij gaan binnen bij Noodle en bestellen via een bestelautomaat. Erik neemt de witte ramen en ik de zwarte. Erik neemt extra ei en ik bambooscheuten. Het is lekker met een Sapporo biertje.
Het ontbijt van de JR Inn in Sapporo staat in schril contrast met wat we tot nu kregen voorgeschoteld en al helemaal met dat in Noborubetsu. Piepkleine broodjes met wat jam en wat joghurt. Daar moeten we het mee doen. Na ontbijt en koffie lopen we naar de botanische tuin van de universiteit van Sapporo. Deze is in 1886 opgericht en ontworpen door prof Myabe Lingo. Mooi aangelegd en heeft een grote verzameling bomen en planten, waaronder de oudste sering in Japan.
Later gaan we voor mij een blouse kopen in het Damairu warenhuis naast het station. Het is een groot en exclusief warenhuis met alle wereldmerken, maar ik wil iets Japans. Het wordt een blouse van Takeo Kikuchi. Hierna lunchen we in een van de restaurants van het warenhuis Daimaru. Bij de ingang worden we gewaarschuwd, dat al het vlees ossetong is. Dat maakt ons niet uit en het smaakt prima.
In de namiddag gaan we met de taxi naar de Sapporo brouwerij en museum. Sapporo bierbrouwerij werd in 1876 opgericht. Het bier wordt niet alleen in Sapporo gebrouwen, maar hier staan nog wel twee brouwerijen. Er is een gratis tentoonstelling, die eindigt bij een proeflokaal. Ik neem een proeverij, Erik een alcoholvrij brouwsel.
Na wederom een karig ontbijt nemen we een taxi, die we bestellen met de Japanse Go-app. Uber bestaat wel in Japan, maar stelt niet zoveel voor. Go-taxi’s laten nooit lang op zich wachten. De taxi brengt ons bij Nippon-rent-a-car, waar wij een Toyota Yaris Cross mee krijgen. We rijden eerst naar Moerenuma Park. Dit grote park ligt op 10 km van het centrum. Bij de ingang worden fietsen verhuurd, maar hebben nog niet door hoe groot het park is en laten de fietsen voor wat ze zijn. We lopen een brug over en zien twee enorme heuvels en een glazen pyramide. De pyramide is gratis toegankelijk, maar de grote ruimte heeft geen duidelijke functie. Er is wel een (gesloten) restaurant op de begane grond. Met een lift is het uitzichtsplatform bereikbaar. In het park staan kunstwerken, waaronder een grote fontein, die een paar keer per dag wordt aangezet. In het park zijn o.a. een honkbalstadion en een tennisbaan. Veel inwoners van Sapporo komen hier ontspannen of spannen zich juist in met bijvoorbeeld in line skates.
We drinken koffie in de cafetaria en rijden verder naar Furano, verder noordwaarts op Hokkaido. Daar komen we na ruim 2 uur aan. We lunchen bij Shirona, waar ze gespecialiseerd zijn in Gyoza, Japanse dumplings gevuld met kip. Het smaakt heerlijk. Later op de middag rijden we naar Biei. In de buurt van Biei is de Blue Pond. Dit is een vijver met onwaarschijnlijk blauw water. De kleur komt door de aluminiumverbinding in het water, die de blauwe kleur weerkaatst op het zonlicht dat er in valt. Het water zelf is niet blauw. De vijver is aangelegd om de aardverschuivingen van de Tokachi berg op te vangen. De aluminumverbindingen komen uit de Shiragahige waterval. Op de achtergrond zien we hooggebergte met sneeuwbedekte toppen.
Morgen gaan we naar Otaru, vanwaar we maandagavond de veerboot naar Niigata nemen, een nachtelijk boottocht van 15 uur. Maar daarover meer in volgend bericht.










Hoi Eddy en Erik, wat een verrassing heerlijk weer op reis! Ik wens jullie een mooie en interessante reis toe en kan niet wachten op de verhalen. Ik geniet al van het eerste verslag hartelijke groetjes Marjan
Hoi Eddy en Erik,
Wat leuk om te lezen weer! Heel veel plezier en we kijken al uit naar het volgende deel van het verslag 🙂
Groetjes,
Thomas & Richard
Hoi Erik en eddy.wat een bijzonder reisverslag. Geweldig mooi beschreven. Ik zie jullie voor mij en genieten.
Mooie reis weer. Leuk dat wij zo kunnen meegenieten. Nog veel plezier!
Ik heb weer genoten van het zeer uitgebreide verslag. Heerlijk al die baden en het eten. Tot het volgende verslag
Wat weer een uitgebreid verslag van jullie mooie reis.
Nog heel veel mooie dagen gewenst.
Misschien zijn jullie al weer thuis.
Sorry voor de late reactie.
Groetjes!!