Eddy en Erik op Reis

Tweede Week op Shetland

Aalscholvers op Noss
Aalscholvers op Noss

We zijn bijna aan het eind van ons verblijf op Shetland. Morgen zondag 7 juni gaan we met de boot terug naar Aberdeen. Vandaar rijden we naar een ander huisje waar we nog een week zullen blijven.

Poolstern
Poolstern

Afgelopen zondag reden we naar Lerwick en namen daar de veerboot van 10:45 naar het eiland Bressay. Bressay ligt tegenover Lerwick aan de Cuddle Sound en het is maar 10 minuten varen. Op Bressay rijden we dwars over het eiland naar de oostkant. Hiervandaan kunnen we het eiland Noss zien liggen. Boven Noss hangt een laaghangende zware regenwolk. We blijven op Bressay. Noss is te bereiken met een rubbersloep, die op aanvraag mensen overzet. Vanaf de kust zien we aalscholvers, sternen, zeehonden, stormvogels en op land heel veel schapen. Als het gaat regenen rijden we naar de zuidpunt van het eiland. Daar is een vuurtoren en hebben we een mooi uitzicht op het hoofdeiland en de voorbij komende vissersboten. We rijden terug naar de veerhaven en we hebben geluk: de boot ligt klaar voor vertrek.Terug in Lerwick lunchen we bij Fjarå met mooi uitzicht op de baai van Clickimin. Na de lunch doen we boodschappen bij Tesco en daarna terug naar ons huis in Aith.

Vuurtoren Bressay
Vuurtoren van Bressay

Dinsdag rijden we naar het Tingwall loch. Dat ligt ten noordwesten van Lerwick, in de buurt van Scalloway. Aan de oever ligt het Law Ting Holm, een kleine landtong in het meer waar vanaf Vikingtijden tot in de 16e eeuw er een soort parlement van stamhoofden vergaderde over regels en conflicten. Het was vergelijkbaar met Tingvellir op IJsland.

Loch Tingwall
Loch Tingwall

We rijden verder zuidwaarts naar Cunningburg aan de oostkust van Mainland. Hier genieten we van het uitzicht op het strand bij de begraafplaats. Iets verderop ligt het dorpje Hoswick. Ook dit ligt idyllisch aan een baai en heeft een aantal wol en breiwinkeltjes, waar traditionele truien en mutsen te koop zijn. In het Visitor Centre drinken we koffie.

Zeehonden op Rerwich Beach

Vervolgens rijden we door naar Rerwick beach in het zuiden aan de westkand van het eiland, niet ver van St Ninnian’s Isle. Hier liggen een zestal zeehonden op te warmen op het strand. Er is eigenlijk geen goede plek om het te bekijken, maar op een uitwijkplaats langs de eenbaansweg kunnen we even stoppen en zien we de dieren liggen te luieren.

Vervolgens rijden we door naar Lerwick om te lunchen. Dat is nog niet zo eenvoudig, want er liggen twee cruiseschepen in de haven en Commercial Street is vergeven van de toeristen. We veroveren uiteindelijk een tafeltje in Pete’s café.

Na de lunch ga ik naar de kapper voor een knipbeurt. Iets verderop staat de Co-op supermarkt waar we boodschappen doen.

’s ochtends blijven we in het huisje. De eigenaar komt langs om naar de oven te kijken, die niet naar behoren werkt. Het blijkt dat de hetelucht oven alleen werkt als de klok goed loopt. En dat was niet het geval sinds de stroomstoring van vorige week zaterdag. Nu doet alles het weer naar behoren. Het is vandaag licht bewolkt en zo nu en dan laat de zon zich zien.

In de middag rijden we naar Lerwick om het Shetland Museum te bekijken. Het is gratis toegankelijk en heeft een interessante tentoonstelling over de geschiedenis van de eilandengroep van de neolithische tijd tot heden. De eerste mensen woonden hier 5000 jaar geleden. In de 8e eeuw kwamen de vikingen uit Noorwegen en in de 15e eeuw werd Shetland als bruidschat meegegeven aan een Noorse prinses, die met de Schotse koning trouwde. Lang bleven de eilanden agrarisch en arm. De bodem is niet er rijk aan vruchtbare grond. Visserij werd lang gedomineerd door de Nederlanders, maar in de 19e eeuw gingen ook Shetlanders meer vissen. In de Tweede Wereldoorlog lag Shetland in de frontlinie en werden de eilanden een grote kazerne en marinebasis. Lerwick is door de Duitsers gebombardeerd. In de jaren 70 wordt olie gevonden onder de Noordzee, die deels in Shetland aan land wordt gebracht en geëxporteerd. In het noorden van het eiland Unst is een lanceerinstallatie voor de Britse ruimtevaart. Daarnaast leeft Shetland van schapenteelt, visserij, industrie en dienstverlening.

Na het museum drinken we wat in de Noost Bar en daarna eten we voor de tweede keer bij C’est la Vie. Het eten is heerlijk.

Jan van Genten kolonie

Donderdag gaan we wat vroeger op pad dan anders. Om half negen zitten we in de auto en rijden noordwaarts. Wij rijden naar Toft voor de ferry naar het eiland Yell. In Toft aangekomen blijkt dat de boot net weg is en dat we ruim een uur moeten wachten op de volgende afvaart. We hebben niet gereserveerd voor de veerboot en de verbinding draait op halve capaciteit, omdat een van de twee boten in onderhoud is. We kunnen toch op de boot van 10 uur. Een beetje geluk moet je hebben. De overtocht duurt 20 minuten. Yell is het op één na grootste eiland van Shetland, maar toeristisch niet bijzonder interessant. Het landschap is nogal kaal. Er zijn niet alleen geen bomen, maar zelfs struiken zijn zeldzaam. We rijden zonder te stoppen naar Gutcher voor de volgende veerboot, deze keer naar Belmont op het eiland Unst. Deze boot is kleiner en reserveren is niet mogelijk. Ook hier vaart men op halve kracht. De overtocht is gratis voor diegenen die de boot naar Yell hebben genomen, zoals wij. Ook hier kunnen we mee, als een van de laatsten. De overtocht duurt 10 minuten. Eenmaal op Unst is het ongeveer half twaalf en moeten we aan de inwendige mens denken. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Unst is het noordelijkste bewoonde eiland van Shetland en heeft ruim 600 inwoners op een oppervlak van 120 km2. Niet erg dicht bevolkt dus. Gelukkig vinden we een verrassend grote winkel, waar je ook broodjes en soep kunt kopen en opeten. Warme dranken uit een automaat. Gevuld en verwarmd gaan we verder naar het Hermanness Nature Reserve, op het noordelijkste uiteinde van Unst. Voor het ultieme “einde-van-de-wereld” gevoel. Vanaf het bezoekerscentrum (onbemand, maar er is een drank en broodjes verkoper, die ook praktische informatie verschaft) is het een uur lopen naar de kliffen, waar Papagaaiduikers en vooral Jan-van-Genten nestelen. Het pad gaat eerst omhoog, waarna je op een plateau komt. Dan is het nog een half uur lopen over boardwalks naar de kust. Hier zie ik een koppel papagaaiduikers of puffins. Vervolgens loop ik nog een kwartier langs de rotskust over een maar net te ontwaren pad naar de rotsen, waar de Jan-van-Genten huizen. Het is mistig. Het zicht is soms maar 100 meter. De Jan-van-Genten kondigen hun aanwezigheid al ver van te voren aan door de stank van hun guano en hun geschreeuw. Daarna zie ik ze, dat wil zeggen die exemplaren die hoog op de richels van de kliffen een plekje hebben ingenomen. De rest is erg vaag te zien. Ik bel met Erik, die is achtergebleven bij de auto. Verrassend genoeg kan dat hier in deze uithoek van de wereld. Er is zelfs een 5G netwerk. En dan klaart de mist op en zie ik duizenden vogels, hutje op mutje op de klippen. Tientallen vliegen over het water. Indrukwekkend om te zien en horen. Jan-van-Genten (Gannet in het Engels) zijn een zeevogelsoort, die thuis is op de Noordatlantische Oceaan. Met hun torpedovormige bouw duiken ze van grote hoogte pijlsnel het water in om vis te vangen. Op Shetland zijn er 4 broedplaatsen. Ze broeden aan de oostkust van Canada, IJsland en Groot-Brittannië (m.n. Schotland). In de winter zijn ze op zee en komen ze ook aan de Nederlandse kust voor (niet zo veel) en komen zover als de Middellandse zee. 

Na deze topervaring loop ik (in een uur) terug naar de auto en beginnen we aan de terugreis. Bij Baltasound stoppen we even bij Bobby’s Bus Shelter. Dit bushokje zou in 1996 verdwijnen, maar de 7-jarige Bobby Macaulay schreef aan de gemeenteraad, dat hij de bushalte niet kon missen om naar school te reizen en zijn fiets te stallen. De gemeente herzag haar besluit en het hokje bleef. Buurtbewoners decoreerden en meubileerden het bushokje. Elk jaar met een nieuw thema. Dertig jaar later woont Bobby niet meer in Baltasound, maar het bushokje is er nog steeds.

We rijden naar Belmont en kunnen meteen de veerboot op. We rijden Yell over en in Ulsta staat een lange rij wachtende auto’s voor de overtocht van 16.30. We vrezen deze te moeten laten gaan, maar gelukkig kunnen we als voorlaatste toch mee en besparen we een wachttijd van 65 minuten. Vanaf Toft is het nog een half uur naar ons huis in Aith.

Bobby’s Bus Shelter

Straks gaan we voor het laatst op pad naar een bosrijk stukje Shetland en vanavond zie we hopelijk wat otters. Maar daarover meer in het volgende bericht.

6 gedachtes aan “Tweede Week op Shetland”

  1. Thea

    Weer een heel mooi verslag Eddy. Wat fantastisch om de Jan van Genten en het bushokje van Bobby te zien. Dank je wel en nog een hele fijne week, groet Thea

  2. Annie

    Wat een mooi en invoelbaar verslag . Humor en spanning en ook geschiedenis wat allen prettig is om te lezen, ik reis online een heel klein beetje mee.
    Fijne voortzetting van jullie vakantie
    Annie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *