We zijn nu aan het einde van onze reis door de Baltische Staten gekomen. We zijn nu in Vilnius waar we afgelopen woensdag zijn aangekomen. We verblijven in een appartement midden in
het centrum. Een paar honderd meter van het Stadhuisplein, waar het allemaal gebeurt. Vilnius is de hoofdstad van Litouwen en met bijna 600.000 inwoners ook de grootste van het land. Het centrum van de stad ligt er prachtig bij. De meeste gebouwen zijn in barokstijl, een aantal ook in Rococo. De binnenstad heeft de tand des tijds duidelijk goed doorstaan. De stad heeft opvallend veel kerken. Veel katholieke kerken en dat lijkt logisch, omdat 80% van de Litouwers katholiek is. Daarnaast ook een flink aantal Russisch-orthodoxe
kerken en dat is opvallend, omdat de Russen maar 5% van de bevolking uitmaken. Veel van deze kerken staan er al heel lang en gaan terug tot de tijd dat Litouwen bij het Russische keizerrijk hoorde. De stad maakt een levendige en wereldse indruk. Nergens zagen we een zo hoge Porsche-dichtheid (en niet de goedkoopste modellen). Audi en BMW zijn ook heel populair. Alle grote modemerken zijn vertegenwoordigd met een mooie winkel. Wat bijdraagt aan het mondaine karakter is de aanwezigheid van flink wat ambassades in het relatief kleine centrum.
Een week geleden zaten we in Nida op de Kuronische landtong. Na de vele regen op de dag van aankomst, was het een dag later weer zonnig en warm. We hebben fietsen gehuurd
bij één van de vele verhuurders in de straten van het dorp en zijn fietsroute 10 gaan fietsen in noordelijke richting over de landtong. Eerst volgt de route de hafzijde, de zoetwater lagune. Na 25 km steekt de route de landtong over en komen we aan de Oostzeekust. Midden over de landtong loopt een zeer hoge duinenrij. We beklimmen een van de hoogste duinen en op de top ervan, 53 meter boven zeeniveau kun je zowel de Oostzee als de lagune zien. In de bossen op de landtong zien we weer veel mensen met emmertjes onderweg om paddenstoelen te plukken. Ook de Litouwers zijn enthousiaste paddenstoelrapers.
Vanuit Nida rijden we weer naar het noorden en nemen de veerboot naar Klaipeda, dat tot 1920 een
Duitstalige stad was die Memel heette. Klaipeda is een havenstad, waar het duidelijk goed gaat, gezien de staat waarin het centrum verkeert en de opknapbeurt die de oude haven heeft ondergaan. In 1941 voer Hitler persoonlijk met zijn kruiser Deutschland de haven van Klaipeda/Memel binnen en sprak de Duitstalige inwoners vanaf het balkon van het theater toe over de Heimkehr ins Reich. Tot dan toe waren de verhoudingen tussen Duitstaligen en Litouwers goed geweest, maar door het enthousiasme waarmee de Duitstaligen de nazi’s verwelkomden is het niet echt meer goed gekomen. De Duitsers zijn vrijwel allemaal vertrokken toen het Russische Rode Leger er in 1944 aankwam.
Vanaf Klaipeda zijn we naar Siauliai gereden, een stuk landinwaarts. De enige claim to fame van deze troosteloze plaats is de nabij gelegen Kruisenheuvel. Op
een heuvel, die al religieuze betekenis had toen Litouwen nog heidens was, hebben de Litouwers met name na een opstand tegen de Russische Tsaar in 1830 (zelfgemaakte) kruisen geplant. De Russen hebben die een aantal malen verwijderd, maar de kruisen kwamen steeds terug. Ook de Sovjets vonden het geen goed idee, maar ook zijn konden niet tegen de religieuze en nationalistische gevoelens van de Litouwers op. Nu staat de heuvel overvol met kruisen, geplaatst door gelovige Litouwers en katholieken vanuit de hele wereld. Aan de voet van de heuvel staat een groot kruis dat namens paus Johannes Paulus II werd geplaatst tijdens zijn bezoek in 1993. Het bezoek
bracht de heuvel in de eredivisie van pelgrimsoorden. In 2001 werd er een Franciscaner klooster bij gebouwd. Het is een wonderlijke verzameling van vroomheid en huisvlijt. We zien een groep jongeren onder leiding van hun pastoor zich opmaken om er weer een kruis bij te plaatsen. Siauliai zelf is vreselijk saai en lelijk. Als we de straat van ons hotel in draaien slaat ons hart een slag over van schrik. Zo verwaarloosd zien de sovjet woonflats eruit! Het hotel is ook een sprong terug naar de Sovjetunie van 1972. Maar alles werkt en het personeel is vriendelijk, dus één nacht houden we het wel uit.
Volgende halte is Kaunas, de tweede stad van Litouwen. Het was tussen 1920 en 1939 de hoofdstad van Litouwen. Tijdens de vredesverdragen na de eerste wereldoorlog wist de nieuw ontstane
Poolse republiek Vilnius in lijven en moesten de eveneens net zelfstandige Litouwers hun hoofdstad verplaatsen naar Kaunas. Kaunas is een leuke provinciestad met een levendig en mooi onderhouden centrum. Het oude deel is 18e eeuws en heeft veel terrasjes en mooie panden. Ook een aantal mooie kerken. In het nieuwe deel staat het tijdelijke presidentieel paleis van de eerste Litouwse republiek. In de tuin ervoor staan standbeelden van de vier presidenten, die het land in dat tijdperk heeft gekend. Het nieuwe centrum is in modernistische stijl ingericht en moest de nieuwe hoofdstad dienen met gebouwen voor overheidsinstanties. Vanwege de eenheid in stijl en het stedenbouwkundig ontwerp hoopt Kaunas het nieuwe centrum op de werelderfgoedlijst van Unesco te krijgen. We bezoeken het militaire museum, waar een zaal gewijd is aan twee Litouwse moderne helden, Darius en Girenas. Deze Litouwers waren onafhankelijk van elkaar naar de VS geëmigreerd, voor welk land ze in de eerste wereldoorlog
hebben gevochten als gevechtspiloten. Darius verdiende zelfs een Puple Heart onderscheiding. Darius, de meer extraverte van de twee introduceerde na de oorlog basketball in Litouwen, wat nu een grote sport hier is. Beiden keerden weer terug naar de VS. Darius vatte het plan op om als eerste nonstop van New York naar Kaunas te vliegen. Hij vroeg Girenas als co-piloot. Ze namen ook post mee zodat het ook de eerste transatlantische postvlucht zou worden. Helaas wachten de inwoners van Kaunas op 17 juli 1933 vergeefs op hun helden, want de piloten stortten een paar honderd kilometer ten westen van Kaunas neer in een Pruisisch woud. In het museum is het wrak van hun tweedehands vliegtuig, dat ze Lituanica hadden gedoopt tentoongesteld. De twee helden sieren nu nog het 10 Litas geldbiljet – in januari wordt de Euro ingevoerd – en het nationale voetbalstadion, dat in Kaunas staat, draagt hun naam.
Op onze eerste dag in Vilnius hebben we het uitzichtpunt van “de drie kruisen” bezocht. Op een heuveltop aan de
rand van het centrum staan drie gigantische katholieke kruisen. Van hieraf hebben we een prachtig panoramisch uitzicht over de stad. De Sovjets bliezen de kruisen in 1950 op met dynamiet, maar na 1991 zijn er replicas geplaatst. De kathedraal van Riga ligt aan de voet van de berg en heeft een fris 18e eeuws uiterlijk. Aan de buitenkant zijn beelden geplaatst van Litouwse groothertogen. De figuren zijn midden in een gebaar gevangen, wat er wel komisch uit ziet.
Op onze tweede dag in de hoofdstad hebben we een wandeling gemaakt door de stad onder leiding van een plaatselijke gids, Agnieska. Zij liet ons een aantal van de vele kerken zien en een aantal zijn we ook in geweest. Behalve de kerken zagen we ook één van de stadspoorten van de stad.
De stadsmuren zijn er niet meer. Ze zijn in de 19e eeuw gesloopt door de Russen, die vonden dat de stad meer frisse lucht nodig had. We steken de Vilnius rivier over naar de kunstenaarswijk Uzupis, die zich in 2000 “onafhankelijk” verklaard heeft. In deze wijk wonen sinds Vilnius een kunstacademie heeft de bohemiens van de stad. Arme kunststudenten gingen hier wonen toen het een vreselijke achterbuurt was en de huren heel laag waren. Dat is in de loop der tijd wel veranderd. Het is nu een gewilde woonwijk en zelfs de burgemeester woont er. Het presidentieel paleis
is in de 19e eeuw voor de Russische gouverneur gebouwd naar een ontwerp van een architect die nooit in Vilnius is geweest. Tijdens de bouw bleek het ontwerp te groot voor de beschikbare kavel. Dat werd opgelost door wat gebouwen te slopen en de weg om te leggen. De slinger in de straat is nog steeds goed te zien.
Tot 1943 had Vilnius een zeer grote Joodse gemeenschap, hierheen uitgenodigd door de Russische tsaren. Vilnius was in de Joodse wereld een belanrijk religieus en wetenschappelijk centrum. Bij de komst van de Nazis werden de Joden geconcentreerd in twee getto’s, die in 1941, respectievelijk 1943 werden geruimd. Velen zijn in de bossen rond Vilnius doodgeschoten. Er is erg weinig dat nu nog aan de Joodse gemeenschap en de getto’s herinnert. Wellicht heeft het met een ongemak te maken, omdat Litou
wers zelf ook aan de Jodenvervolging hebben deelgenomen. In Kaunas nam de Litouwse bevolking tot verbazing van de Duitsers, zelfs het voortouw bij de massamoord op hun Joodse stadgenoten. De Sovjets wisten de herinnering aan de holocaust nog verder uit, door de slachtoffers van de nazi’s als Sovjetburgers aan te duiden in plaats van joden. We bezoeken het holocaust museum, waar een kleine tentoonstelling is over de vernietiging van de Litouwse joden en het leven in de joodse gemeenschap voor 1941 en het leven tijdens de bezetting in de getto’s. Er is ook een onderduikzolder nagebouwd, waar een film wordt getoond die gebaseerd is op een gevonden dagboek van één van de omgekomen onderduikers.
Vandaag zijn we met de auto naar Trakai gereden. Daar staat een kasteel dat in de 15 en 16e eeuw een belangrijke rol speelde in de verdediging van Litouwen tegen de Duitse
Teutoonse ridders. Later werd het verwoest en verwaarloosd. In 1962 werd het verrassend genoeg door de Litouwse sovjetregering gerestaureerd en volledig opgebouwd. De centrale leiding in Moskou liet het passeren, maar naar verluidt was Chroetsjov erg boos toen hij ervan hoorde. Het kasteel was voor het nationale eergevoel van de Litouwers ieder geval heel belangrijk. Het kasteel ligt er prachtig bij op een eiland in een meer.
Morgen gaan we weer terug naar huis. We vliegen met Austrian Airlines via Wenen, waar we maar een half uur overstaptijd hebben. Als dat maar goed gaat. Als het fout gaat is er gelukkig nog een vlucht naar Amsterdam later op de dag.
Goede reis!
Leuk om te lezen weer en welkom thuis!