Eddy en Erik op Reis

Asturias en Cantabria

We zijn nu in Lerma. Dat ligt zo’n 30 km ten zuiden van Burgos in Castilië, het hartland van

7

Parador van Lerma

Spanje. We zijn hier omdat hier een prachtige Parador staat. Het is een voormalig paleis van de hertog van Lerma, die dit stadje en het Paleis aan het begin van de 17e eeuw liet bouwen. Inmiddels is het dus een Parador, een prachtig hotel. We hebben een kamer met uitzicht op de Plaza Mayor van Lerma, een rechthoekig plein met kolonades omgeven. Net als zoveel steden in Spanje, die in de 17 en 18e eeuw iets wilden voorstellen. Rond de Plaza Mayor zitten een dozijn grill restaurants, Asadors, die de locale specialiteit gegrilde lamsbout serveren. Wij aten bij “Anton” waar je niets hoeft te bestellen. Je gaat zitten en krijgt vervolgens lamsbout met sla, een huisrosé en een huisgemaakte pudding toe. Aan de muur hangen foto’s met lokale beroemdheden die eerder bij Anton hebben gegeten.

De andere reden van onze verblijf in Lerma is de nabijheid van Burgos, waar we de prachtige

8

Kathedraal van Burgos

kathedraal hebben bezocht. Deze kathedraal was de eerste gothische kerk in Spanje en een voorbeeld van andere kerken in Spanje die gedurende de herovering van Spanje op de Moren werden gebouwd. Het is een gigantisch bouwwerk met talloze kapellen, sommigen, zoals de Capilla des Condestables, lijken wel een kathedraal in de kathedraal. Midden in de kerk ligt El Cid (1044-1099) begraven, de Spaanse ridder die grote successen boekte tegen de Moren. Na ons bezoek aan de kathedraal lunchen we in Cervezeria Morito. Kennelijk een begrip in Burgos. Als om 13 uur de zaak open gaat zit die in enkele seconden helemaal vol. Bestellingen worden alleen aan de bar opgenomen. Het lekkerst zijn de gecombineerde gerechten van vlees, groenten, ei en friet. Het is een levendige zaak. In no time staan de gerechten op de bar. Je moet wel zelf in de gaten houden wanneer je bestelling klaar is. De gerechten zijn simpel, maar wel smakelijk. Afrekenen gaat ook heel soepel. Ondanks de enorme drukte weet het personeel precies wie wat besteld heeft.

Sinds het vorige verslag hebben we vooral Asturias en Cantabria verkend, twee regio’s in het 9Noorden van Spanje. We begonnen in Oviedo, de hoofdstad van Asturias. Ook daar een mooie kathedraal en een klein maar fijn historisch centrum. In Oviedo maken we kennis met de traditie rond de cider, de regionale drank. Het is een appelwijn, die je in Sidrerias (bars/restaurant die vooral cider schenken) alleen per fles kunt bestellen. De ober schenkt voor ieder een grote slok in een groot glas. Hij doet dat van grote hoogte. De arm met de fles gaat helemaal omhoog en de hand met het glas helemaal omlaag. Het is een sport voor de obers om tijdens het schenken recht vooruit te kijken en niet naar het glas. Er gaat natuurlijk ook wel wat naast, maar het meest gaat toch raak. Je moet dan het glas in één teug leeg drinken. Als we weer een slok wil moet je de ober laten komen. Het is onbeleefd om zelf in te schenken.

Vanuit Oviedo zijn we naar Cangas de Oñis gereden voor een kijkje naar de Romeinse brug aldaar. 10Helemaal origineel is die niet, want vaak herbouwd, maar toch een mooi gezicht. Iets verderop ligt een bedevaartsoord Covadonga, genaamd, dat een belangrijke betekenis heeft voor de Spaanse identiteit. Hier versloeg de Asturische koning Pelayo in 722 met enkele honderden manschappen een Moorse overmacht van 10.000 soldaten. De eerste overwinning van betekenis voor het Christendom tegen de Islam in Spanje. In werkelijkheid waren de Moren met veel minder mensen en kenden zij de nederlaag weinig betekenis toe. Maar toch voor de Spanjaarden een reden om hier in de rotsen een kapel uit te houwen, waar koning Pelayo ook begraven ligt. Het is nog een klim om boven te komen, maar toch interessant. Alle Spaanse bezoekers willen met het Mariabeeld op de foto.

Van14 Oviedo rijden we naar de kust naar het vissersdorp Llanes. Het valt ons weer op hoe groen het landschap in Noordwest Spanje is. Zowel in Galicië als hier zie je groene weiden, bossen, akkers en dat zo laat in de zomer. Heel anders dan de andere streken vanSpanje, die we tot nu toe hebben bezocht. Llanes is een alleraardigst vissersdorp aan een spectaculaire rotskust. Wel een beetje druk.

Vanuit Llanes rijden we zuidwestwaarts het Nationale Park Picos de Europa in.

11

Dit is een prachtig hooggebergte met toppen tot 2600 meter. Wij logeren in Hotel del Oso bij Fuente Dé bij de bron van de rivier Deva. In Fuente Dé zelf is een kabelbaan die je naar de top van de berg, zo’n 750 meter hoger. Vandaar hebben we een prachtig uitzicht en maken we een mooie bergwandeling. Hier in de bergen is het weer ook goed. De ochtend begint koel met 13 graden, maar ’s middags wordt het warm tot 25 graden.

Vanuit Fuente Dé rijden we weer richting de Cantabrische kust naar het dorp Santillana del Mar. Dat kleine dorp heeft niet minder dan twee Paradores, die tegenover elkaar

12

Santillana del Mar

staan in het midden van het dorp. Santillana is niet erg groot, maar ziet eruit als het oude centrum van een stad, maar dan zonder buitenwijken. Niemand minder dan Jean Paul Sartre noemde Santillana al  “le plus joli village d’Espagne” in zijn roman “De Walging” (Le Nausee). Een bijzonder museum is het Regina Coell, waar ze een verzameling religieuze beelden tentoonstellen.

13

San Roque en zijn hond

Deze zijn allen nauwkeurig gerestaureerd door de zusters Clarissen van het ernaast gelegen klooster en laten de ontwikkeling zien van de afbeelding van een aantal religieuze figuren en heiligen, door de eeuwen heen. Zo hebben ze een hele trits van beelden van San Roque met zijn hond. De hond heelt de door de pest veroorzaakte zweren van San Roque door er aan te likken!

Van Santillana zijn we dan naar Lerma gereden naar de Parador. Van hieruit rijden we morgen naar Logroño in de beroemde wijnstreek La Rioja. We zullen het laten smaken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *