
We zijn nu bijna aan het einde van onze derde week. Zondag vliegen we van Aberdeen naar Nederland. We zitten nu in een huisje op het terrein van Lundie Castle in de buurt van het dorp Edzell. Het is een prachtig huisje, van alle gemakken voorzien. Het wordt verhuurd door de bewoners van het kasteel, waarop we uitzicht hebben.
Afgelopen zondag zijn we aan boord gegaan van de mv Hjaltland van Northlink Ferries voor de overtocht van Lerwick naar Aberdeen. We lieten de auto achter op het parkeerterrein bij de ferry terminal (sleutel onder mat) en checkten in voor de overtocht. Om 17 uur konden we aan boord. We drinken een biertje aan de bar en eten daarna in het restaurant. Het eten is weer niet geweldig, maar het vult wel. We staan om 6 uur op en gaan aan het ontbijt. We komen om 7 uur aan in de haven en staan om kwart over zeven in de terminal. We bellen een taxi, die ons naar de luchthaven brengt, waar we een huurauto afhalen bij Sixt.
We rijden naar Angus, naar de Sister Cottage van Lundie Castle. Jacqueline en Mark wonen op het 19e eeuwse kasteel, dat op de resten staat van een 16e eeuws landhuis. Dat landhuis behoorde toe aan een admiraal die de Nederlandse vloot versloeg bij Camperduin in de 4e Engelse oorlog.
Dinsdag rijden we naar Dundee om daar het Victoria & Albert (kortweg V&A) Museum Dundee te bezoeken. Het is de eerste vestiging van het museum buiten Londen. Het gebouw is ontworpen door Kengo Kuma uit Japan. Hij ontwierp ook het Olympisch Stadion in Tokyo voor de uitgestelde spelen van 2021. Het museum werd in 2019 geopend door Prins William en zijn vrouw. De vestiging hier specialiseert zich in design. De vaste collectie bevat vooral Schots design. Nu is er een bijzondere tentoonstelling over mode: Catwalk: the Art of the Fashion Show. Het toont een overzicht van de geschiedenis van het fenomeen modeshow, vanaf het eind van de 19e eeuw tot nu. Foto’s, video’s, voorbeelden van historische haute couture. En een nagebouwde Catwalk met modepoppen in creaties van Dior, Yves St Laurent, Chanel, Quant e.v.a. Naast deze tentoonstelling bekijken we ook de vaste collectie Schots design. Bekendst is de Glasgow style van Charles Rennie Macintosh. Er zijn ook Tartans, de Schotse stoffen, die vershillen per clan. En Hunter kaplaarzen.

We lunchen in het museumcafé met mooi uitzicht op de rivier Tay en de spoorbrug uit 1883. Dit is de tweede versie. De eerste stortte in op de dag van de officiële opening in 1879 vanwege een foute constructie. Een passerende trein met 75 passagiers viel in het water. Niemand overleefde het ongeluk.
Na de lunch rijden we naar Meigle een klein plaatsje in Perthshire, waar een aantal staande gedecoreerde religieuze stenen staan van Pictische oorsprong. De stenen dateren uit de 9e en 10e eeuw. De Picten waren keltische volkeren dat in het noorden van Schotland leefden. De picten gingen in de late middeleeuwen op in de Schotse samenleving. Helaas krijgen we de stenen niet te zien. Het museum is niet open op dinsdagen. We rijden enigszins teleurgesteld terug naar ons huisje.


Woensdag rijden we om 9 uur naar Blair Castle. Het is een flinke rit van 1,5 uur. Onderweg hebben we alle weertypes van zonnig tot stortbui. Aangekomen bij Blair Castle betalen we 21 pond persoon voor toegang tot kasteel en tuinen. In het kasteel zijn 35 kamers te bezichtigen, die we zonder gids kunnen bekijken. De kamers zijn mooi bewaard en geconserveerd en geven een indruk van het kasteelleven op hoogtijdagen. Veel schilderijen van leden van de familie De geschiedenis van Blair Castle gaat terug tot 1269 toen de graaf van Atholl begon te bouwen op het land van zijn buurman die op kruistocht was. In 1457 kwam de titel graaf van Atholl in handen van John Stewart en in 1629 ging de titel naar de famiie Murray, en dat bleef zo tot de dag van vandaag. Het graafschap werd later tot hertogdom verheven. In 1844 verbleef koningin Victoria op het kasteel en verleende de hertog toestemming om een eigen regiment op te richten, de Atholl Higlanders. Nu nog het enige prive leger in Europa. Op het hele uur speelt een doedelzakspeler op het voorplein van het kasteel. Na het doedelzakspel rijden we naar een restaurant voor lunch en daarna naar het dorp Blair Atholl, waar de Blair Athol (met één l) whisky distilleerderij staat. De oorsprong van de distilleerderij gaat terug tot 1798 onder de naam Aldour (naar de rivier), maar ze ging als snel failliet. In 1825 werd ze heropgericht als Blair Athol, met een “l” vanwege een conflict met de hertog van Atholl. De zaak sloot in 1933, werd gekocht door Arthur Bell en ging in 1949 weer open. Ze maakt nu deel uit van een drankenconglomeraat Diageo. We krijgen een rondleiding door de werkende distilleerderij en zien de opeenvolgende stappen in het productieproces. Aan het eind is er een proeverij van drie van de belangrijkste single malts die ze maken.
Daarna rijden we weer terug en komen langs Meigle en doen weer een poging om de Pictische stenen te zien. Herlaas zijn we 10 minuten te laat. Laatste toegang is om 16 uur.
Donderdag rijden we naar Kirrimuir, ruim een half uur rijden over smalle landweggetjes. Het begint onderweg te regenen en als we aankomen in het aantrekkelijke stadje motregent het nog steeds. We drinken koffie bij een klein koffietentje, 88 degrees, waarna we op zoek gaan naar het geboortehuis van J.M. Barrie, de schrijver van de avonturen van Peter Pan. Barrie werd in 1860 in Kirrimuir geboren als zoon van een wever. Het gezin woonde met 10 kinderen aan de Brechin Road. Barrie studeerde in Edinburgh en ging uiteindelijk als schrijver aan de slag in Londen. De figuur Peter Pan, the boy who wouldn’t grow up is waarschijnlijk gebaseerd op zijn broer, die op 13-jarige leeftijd overleed bij een schaatsongeval – en dus nooit ouder werd dan 13 jaar. Barrie schreef het toneelstuk in 1904 en de roman Peter & Wendy in 1911. In het geboortehuis is een klein museum gewijd aan het leven van Barrie. Barrie keerde geregeld terug naar Kirrimuir en ondersteunde het culturele en verenigingsleven. Zo schonk hij een Camera Obscura aan de stad. Deze Camera Obscura staat er nog steeds – een van drie in Schotland – maar helaas alleen in het weekend open.

Vrijdag rijden we naar de kust, naar Dunnottar Castle, iets ten zuiden van de havenplaats Stonehaven. Het kasteel is een ruïne, nadat het in de 18e eeuw in verval was geraakt. Er stond hier al een kasteel in de vroege middeleeuwen. Vanaf de 14e eeuw was het in handen van de familie Keith, die de titel van Earl Marischal verwierf van de Schotse koning Robert the Bruce. Het kasteel was de bewaarplaats van de Schotse kroonjuwelen (Honours of Scotland) Tijdens de Engelse burgeroorlog zette Oliver Cromwelld -de machthebber in Engeland namens het parlement – in 1652 alles op alles om ze veroveren en de Schotse monarchie om ver te werpen. Zijn tegenstander, de katholieke Charles II, zoon van de op last van het parlement onthoofde Charles I, was inmiddels tot koning van Schotland uitgeroepen en gekroond. De troepen van Cromwell belegerden Dunnottar, maar de kroonjuwelen werden het kasteel uitgesmokkeld. Eeuwen later, tijdens de opstand van de Jacobieten, de aanhangers van de nakomelingen van de katholieke Jacobus VII (in Engeland Jacobus II), tegen koning George I, koos de kasteelheer in 1715 de zijde van de Jacobieten. Na de verdrijving van de Jacobieten verloor de Earl Marischal al zijn titels en raakte het kasteel in verval. In de 20e eeuw werd het enigszins opgeknapt en opengesteld als cultureel erfgoed.

Dunnottar Castle wordt druk bezocht, zowel door individuele toeristen als busgroepen, o.a. uit Brabant. Vanaf de parkeerplaats loopt een breed voetpad naar de rand van de rotsen. Vandaar gaat een trap omlaag naar een landtong die leidt naar de rots waarop het kasteel staat. Daar moet je dus weer omhoog. De ligging is spectaculair en de ruïne is interessant genoeg om te verkennen.
Na de klauterpartij rijden we naar Stonehaven een havenplaats enkele kilometers ten noorden van Dunnottar. Het heeft een aantrekkelijk oud stadsdeel rond de jachthaven met restaurants en pubs, waaronder de Carron Fish-and-Chips, waar de oorsprong ligt van de gefrituurde Marsreep, symbool voor de Schotse gezondheid. We lunchen echter in de Tolbooth en prima visrestaurant met uitzicht op de haven. Het gebouw was een rechtbank en bestuursgebouw, maar is er is nu onder het restaurant een museum gevestigd.
Zaterdag verplaatsen we naar Aberdeen en zondag vliegen we naar Nederland en zit de vakantie er weer op.
Mooi geschreven weer! Ik heb jullie verhaal getipt aan vrienden die in het najaar de Shetland eilanden gaan bezoeken. Goede reis terug zondag!
Weer een prachtig reisverslag! Goede reis terug naar NL.
Heel mooi en gedetailleerd beschreven reisverslag. Met genoegen gelezen.
Een goede terugreis, groet Arie en Thea
Wat een prachtig verslag. Mooi schots weer ook 🙂
Kom veilig thuis
Mooi verslag van een mooie reis!
Weer een prachtig en gedetailleerd verslag. Geweldig gedaan. Jullie zijn nu weer thuis