We zijn nu in Caernarfon, in het Noordwesten van Wales, aan de Menai Strait, die het vasteland van het eiland Anglesey scheidt. Het ligt ook aan de rand van het Snowdonia National Park met Mount Snowdon, de hoogste berg van Wales, als middelpunt. Maar daarover later meer.
Sinds ons laatste bericht zijn we van Aberystwyth, de badplaats landinwaarts gereden. Eerst bekeken we Devil’s Bridge.
Het dorp is vernoemd naar de drie bruggen over de rivier de Mynach, die boven elkaar zijn gebouwd. Telkens is de oude brug in tact gelaten, wanneer er een nieuwe werd gebouwd. Er moet al een houten brug in de 12eeeuw zijn gebouwd. De onderste bewaarde brug is uit de middeleeuwen. In 1753 werd de tweede gebouwd, omdat men de oude onstabiel achtte. In 1901 werd een ijzeren brug gebouwd, waarmee de brug op het niveau van de weg kwam. In 1971 is het ijzerwerk en de railing gerepareerd en verstevigd. Onder de brug daalt de rivier zo’n 90 meter.
Er is een lange wandeling van 45 minuten die tot onder de waterval voert, maar ook een korte met uitzicht op de rivier en de bruggen. We nemen de korte, die slechts £2 pp kost. Het zicht op de bruggen vanaf de openbare weg op de waterval wordt geblokkeerd met schuttingen, dus je moet wel betalen om iets te kunnen zien. Het is evenwel een mooi gezicht. Het water kolkt door een nauwe spleet onder de bruggen door.
Hierna rijden we verder door het bergachtige landschap naar Rhayader. Hier hebben we geboekt in het Elan Valley Hotel. We worden hartelijk ontvangen. Het hotel ligt zo’n 5 km buiten het dorp en ook hier is geen dekking van het mobiele netwerk. Om 15 uur gaan we naar de Gigrig boerderij ten oosten van Rhayader. Hier worden de Rode Wouwen gevoerd. Deze havikachtige vogel komt in Groot Brittannië alleen in het zuiden van Wales voor. Lange tijd verkeerde de populatie in grote problemen, omdat boeren met giftig aas de vossen en kraaien bestreden, waardoor deze beschermde vogels ook het loodje legden. Er vonden herintroducties plaats en nu worden ze op een aantal plekken gevoerd met vlees en is de populatie gegroeid tot ongeveer 1000 broedparen.
Het is een spectaculair gezicht. De vogels cirkelen ruim voor de voedertijd rond het grasveld en als boer Powell met het kippenvlees komt duiken ze er massaal op af. Ze landen niet, maar pikken het vlees in de vlucht op met hun klauwen. Als de wouwen klaar zijn, verschijnen de kraaien om de restjes op te pikken.
Dinsdag staan op met regen. Na het ontbijt gaan we op zoek naar een kapper voor mij. In Rhayader lukt dat niet: volgeboekt. Dan rijden we naar een naburig dorp, Llandrindod Wells, waar ik bij Top Cut Barbers terecht kan. Twee jongetjes zijn nog voor mij aan de beurt. Zij krijgen het kapsel van de voetballer Phil Foden aangemeten.
We rijden verder naar Powis Castle, bij het stadje Welshpool. Het eerste eerst Pool, maar dat bestaat ook in Engeland, vandaar de toevoeging in 1835. Het kasteel stamt oorspronkelijk uit de 13e eeuw, maar het huidige gebouw werd in de 17e en 18e omgevormd tot een voornaam landhuis van de familie Herbert, die het brachten tot graven van Powys. Inmiddels is het gebouw overgedragen aan de National Trust, maar de 8e graaf van Powys woont nog in een deel van het gebouw. Een groot deel van het kasteel is open voor bezoek, net als de formele tuinen. De ruimten zijn rijkelijk ingericht, maar wel erg donker. Er is ook weinig uitleg bij de voorwerpen. De informatie kun je krijgen bij de zaalwachten. Vanwege de regen komen we niet toe aan de tuinen.
Een dag later, maandag, is de Spring Bank Holiday in Engeland en Wales, dus veel bedrijven zijn vandaag dicht. Na het ontbijt rijden we naar de Elan Valley Reservoirs. In het dal van de Elan en Claerwen rivers zijn tussen 1896 en 1952 dammen aangelegd, waardoor een vijf stuwmeren ontstonden. Deze stuwmeren vormden de watervoorziening voor de groeiende stad Birmingham in Engeland zo’n 73 mijl verderop. Het water stroomt vanwege de zwaartekracht naar een bassin bij Birmingham, zo’n 52 meter lager. Het is een prachtig gezicht: de hoge dammen de grote meren en de bergen eromheen. We rijden eerst naar het visitor center. Daar drinken we koffie en bekijken de Caban Coch dam. Daarna rijden we verder naar de Carreg dhu dam, daana langs de Dol y Mynach dam en uiteindelijk uit te komen bij de Claerwen Dam. Hier stroomt het stuwmeer over de dam naar beneden. Een prachtig gezicht. De omgeving is ook prachtig met bergweides, bossen en heel veel schapen.
We rijden verder naar Penrhyndeudraeth, waar onze Airbnb staat. Een lastig huis, want je kunt er niet voor de deur parkeren. De leefruimten zijn op drie verschillende etages. Je komt binnen in de woonkamer. De keuken is beneden en de slaapkamer en badkamer boven. Dan is er ook nog een tuin met tuinhuis, die weer etage onder de keuken ligt. Veel trappen lopen dus.
Woensdag rijden we naar Porthmadog, een iets grotere plaats aan de andere kant van de strekdam die een baai scheidt van de zee. Hier vertrekt de Ffestiniog and Welsh Highland Railways. Er zijn vanaf hier vijf verschillende treindiensten met historische treinen. Wij nemen de Mountain Spirit naar Blaenau Ffestiniog, een dorpje bij een voormalige leisteengroeve. Leisteen was ook de reden voor de aanleg van de smalspoorweg in 1833. Aanvankelijk maakte men gebruik van de zwaartekracht. De treinen met leisteen gingen op eigen kracht 700 voet bergafwaarts, maar werden leeg bergop getrokken door paarden. Met de introductie van stoomlocomotieven in 1863 ging dat beter en kom er meer leisteen worden vervoerd van de groeve naar de haven.
In 1946 hield het vervoer van leisteen op. In 1955 werd de lijn heropend als toeristische attractie met historisch materieel. We vertrekken om 10.40 van Portmadog met veel rook, stoom en fluitsignalen. We zitten in de panoramawagen, in de Eerste klas, met prachtig uitzicht. We krijgen drankjes op onze zitplaatsen geserveerd. Op de heenweg reizen we achterwaarts, de locomotief zit aan de andere van de trein, zodat we ongehinderd uitzicht hebben. De rit langs prachtige dalen en over bergplateaus duurt een 1 uur en 20 minuten. In Blaenau Ffestionog krijgen we een vooraf besteld lunchpakket. We hebben 40 minuten om het op te eten en rond te lopen. Daarna begint de terugrit. Nu zitten we achter de locomotief het hebben we zicht op de stoom en de machinisten. De terugrit is 10 minuten korter. We hebben wat minder stops en de trein rijdt harder.
Donderdag rijden we van onze Airbnb naar Portmeirion. Dit project uit de jaren ’20 van de twintigste eeuw is het idee van de Welshe architect Clough Williams-Ellis. Hij wilde een ideale nederzetting bouwen die niet ingepast moet worden in de omgeving, maar die juist moest verrijken. Hij gebruikte daarvoor een “gay light-opera approach”. Hij zocht lange tijd naar een eiland voor zijn droom, omdat hij dacht die alleen in isolement kon gedijen, maar toen hij in 1920 dichtbij zijn huis de kans kreeg, pakte hij die met beide handen aan. Het ontwerp is als een theaterdecor met doorkijkjes en verrassende perspectieven. Er stond al een victoriaans gebouw op het terrein en dat werd verbouwd tot hotel. De inkomsten daarvan gingen in het project. Hij struinde heel Groot-Brittannië af naar geschikte gebouwen en verplaatste die naar Portmeirion. Het geheel is gecentreerd rond een Italiaans achtige piazza. Daaromheen is een bos en langs de zeearm waaraan het ligt een promenade. Er komen zo’n 3000 bezoekers per dag op af. Wij zijn er vroeg bij als het nog rustig is, maar na een uur of twee stroomt het vol. In de jaren 60 werd hier de ITV serie “The Prisoner” opgenomen. Jaarijks komen fans van de serie hierheen om scenes na te spelen. Het geheel geeft het gevoel van het sprookjesbos van de Efteling. Maar met dat verschil dat de huisjes door hotelgasten worden bewoond.
Nadat we alles zo’n beetje hebben gezien, inclusief de wandeling langs het strand en terug, gaan we verder naar Harlech. Bij dit dorp is het gelijknamig kasteel te bewonderen. Het is een van de kastelen die de Ring of Iron vormen, door de Engelse koning Edward I aan het eind van de 13e eeuw gebouwd, om de opstandige Welsh eronder te krijgen en te houden. Het kasteel ligt aan zee en overziet een grote vlakte. Het is een ruïne, maar alleen de daken ontbreken. Verder is het redelijk intact. Tijdens de Engelse burgeroorlog was het een vesting voor de koninklijke kant. Vanaf de kasteelmuur is er een prachtig uitzicht op de omgeving en op de kust.
Vrijdag rijden we na het ontbijt en het inpakken van de koffers naar Beddgelert, zo’n 10 minuten rijden. Het is een lieflijk dorp waar twee rivieren samenkomen. Bruggetjes, restaurants, cafeetjes, huisjes met bloembakken op de vensterbank. Op de achtergrond het Snowdon gebergte. De zon schijnt ook nog. We drinken koffie in de Prince Llewellyn en lopen een rondje door het dorp. De legende – verzonnen door een café-eigenaar – wil dat prins Llewellyn, toen hij op jacht wilde gaan, zijn pasgeboren zoon toevertrouwde aan zijn hond Gelert. Toen hij terugkwam vond het de hond met bebloede bef. Impulsief dacht hij dat de hond zijn kind had gedood en hij doodde de hond. Toen zag hij zijn zoon slapen in de wieg met ernaast een dode wolf. Llewellyn begroef de hond onder een boom. Beddgelert betekent graf van Gelert. Allemaal onzin, want de plaatsnaam refereert aan een Engelse heilige uit de 6e eeuw die hier leefde. Er is een plaquette onder een boom, op een mooie plek bij de rivier.
We rijden verder naar Caernarfon voor een bezoek aan het grote kasteel. In 1283 gesticht als de sterkste schakel in de Ring of Iron van Edward I. Edward had de prinsen van Wales opzijgeschoven en claimde zelf de titel, of althans de suprematie over het prinsdom. Het kasteel staat aan het water, waardoor er een zijde minder te verdedigen was en er altijd een bevoorradingskanaal beschikbaar was. De Welsh hadden kennelijk geen zeemacht. Het kasteel is goeddeels intact en de kasteelmuren bieden prachtig uitzicht over het stadje en de omgeving. Er is een museum voor het regiment van de Welsh Fuseliers.
We lunchen in Caernarfon en gaan in de middag naar ons hotel de Black B(u)oy Inn. Onze kamer is in een ander gebouw, de Townhouse.
De volgende dag, zaterdag, is het ontbijt in de Black Boy en de blije ober brengt ons de bestelling van Zalm met roerei, respectievelijk kippers. Een ontbijt dat staat in de maag. We rijden naar Llanberis in het Snowdonia National Park, waar we met de Snowdon Mountain Railway naar de top van Mount Snowdon gaan. Het is met 1085 meter de hoogste top van Wales en is het middelpunt van het nationale park. De Railway is een tandradbaan, die ons in 1 uur naar de top brengt. Een mooie rit naar boven met uitzicht op prachtige bergen. De top kan ook lopend bereikt worden en velen doen dat ook. Vanuit de trein zien we hele horden de tocht naar boven maken, die zo’n 3 tot 4 uur duurt. Boven gekomen is het nogal mistig en het uitzicht helaas beperkt. Het zicht verandert voortdurend, als wolken worden opgengereten door de wind en later weer samenklonteren. Na een half uur moeten we weer met dezelfde trein naar beneden. Sommigen keren niet terug met de trein, maar lopen naar beneden, anderen zijn naar boven gelopen en nemen de trein terug.
Terug in Caernarfon lunchen we en in de namiddag rijden we naar Beaumaris op het eiland Anglesey. Het eiland is met twee bruggen over de Menai Strait verbonden met het vasteland. Ook Beaumaris is een van de kastelen van de Ring of Iron van Edward de Eerste. De bouw begon in 1295. Het kasteel ligt aan de Menai strait. In de 15e en 16e eeuw raakte het in verval. Het is nu een ruïne, maar wel in redelijke staat. Na het bezoek aan het kasteel drinken we wat op een terras en rijden terug langs de Menai Strait met zicht op beide 19e eeuwse bruggen.
Zondag rijden we weer verder naar Conwy, aan de noordkust van Wales. Ook daar is – je raadt al – ook een kasteel van de Ring of Iron. Maar daarover meer in een volgend bericht.











