Wij zijn nu in Oviedo aangekomen, in de provincie Asturias, maar de afgelopen week
waren we onderweg in het uiterste Noordwesten van Spanje: Galicië.
1 september vlogen we vanaf Amsterdam via Madrid naar Vigo aan de Westkust van Galicië. Vigo ligt tegen bergen aan gebouwd rond de Ria de Vigo. De kust hier is een zogenaamde Ria-kust, die bestaat uit inhammen in de kustlijn, waar een rivier in uitkomt. We blijven er één nacht. Als we aankomen in het hotel staat er een grote bus voor de deur en is er veel volk op de been. Politie houd een pad vrij naar de ingang. Niet voor ons, zo blijkt, maar voor de speler van Atletico de Madrid, die in het hotel verblijven voor hun wedstrijd vanavond tegen Celta de Vigo. De speler staan op het punt om de bus in te gaan en naar het stadion te rijden.
We komen een aantal tegen, die onder luid applaus van de supporters de bus in gaan. Ze zullen die avond met 2-0 verliezen van Celta.
De volgende dag rijden we

Centrum Pontevedra
naar Pontevedra, de hoofdstad van de provincie. Pontevedra is ook niet zo groot, maar heeft een veel aantrekkelijker historisch centrum. Het is dicht bebouwd met smalle straatjes. We bekijken het Santiario de Peregrina, een kapel voor pelgrims, die vanuit Portugal op weg naar Santiago. De kapel heeft een plattegrond in de vorm van een schelp, het symbool voor St Jacobus. Iets verderop ligt de San Francisco kerk, waar een mis op punt van beginnen staat.
De volgende dag rijden we een rondje langs een aantal Ria’s met mooi uitzicht op de Atlantische oceaan. We stoppen voor de lunch in O Grove. Bij eb vallen grote zandplaten droog en gaan tientallen kustbewoners met emmer en schepje de schelpdieren vangen.
Dinsdag, op Erik’s verjaardag, rijden we naar Santiago de Compostela. In dit stadje draait alles om de pelgrims, die hier na een lange
voet- of fietstocht aankomen bij de Katedraal waar de resten van de apostel Jacobus zijn begraven. De bedevaarten zijn begonnen in de middeleeuwen en hebben een grote vlucht genomen. Grote aantallen wandelaars, voorzien van een schelp op hun rugzak lopen opgelucht het plein voor de kathedraal op. Wij verblijven in de Parador, die gevestigd is in een voormalig hospitaal voor pelgrims, naast de kathedraal. Het gebouw is 500 jaar oud en gesticht door Koningin Isabel I van Spanje, nadat ze met eigen ogen had gezien onder
welke omstandigheden de pelgrims hier aankwamen. De rij voor het bezichtigen van het portaal van de kathedraal is van Disneyland achtige proporties en we besluiten dat tot morgen vroeg in de ochtend te laten. In plaats daarvan maken we een tocht met een gids over het dak van de kathedraal. Een bijzondere ervaring met mooi uitzicht.
Ook de volgende ochtend, om kwart over acht staat er al een rij. De bezoekers

Kathedraal Santiago de Compostela
worden in groepjes van 25 toegelaten en mogen dan 10 minuten naar het entree portaal kijken uit de 15e eeuw. Een prachtig spectakel met gebeeldhouwde voorstellingen van Christus, de profeten en de evangelisten. De oorspronkelijke kleuren zijn nog goed te zien, al heeft dat veel renovatiewerk gekost. De pelgrims hebben in de loop van de eeuwen nogal wat sporen achtergelaten. Zo zijn er een paar grote gaten in het marmer ontstaan doordat ze bij binnenkomst de wortels van de boom van Jesse bevoelden. Na het portaal gaan we de kerk zelf bekijken, die prachtig is gedecoreerd. Het koor en het altaar zijn uitbundig.
Boven op het altaar een beeld van Jacobus. Je kunt er met een trapje achterlangs lopen en velen omhelzen het beeld.
Na het bezoek aan Santiago rijden we naar de kust, naar Finisterre – letterijk het einde van de wereld – waar formeel de pelgrimstocht eindigt en waar de pelgrims bij de vuurtoren hun kleding verbrandden en een schelpje van het strand opraapten. Het is heel druk bij de vuurtoren met bussen vol toeristen.
Het plaatsje Fisterra is lekker rustig als de bussen weer weg zijn.
Van Fisterra maken we een lange rit van ruim 4,5 uur naar León. Op de volgende dag, zaterdag 8 september, willen we de stad inlopen en komen langs de bussen en auto’s van de wielerploegen van Astana en UAE. We kijken hoe ver het is naar de startplaats van de etappe van vandaag in de Ronde van Spanje – Vuelta a España –

Erik met Bouke Mollema
en wanneer het vertrek is voorzien. Het blijkt dat we nog 2,5 uur hebben en dat het ongeveer 50 minuten rijden is. We besluiten om naar de startplaats Cistierna te rijden. Onderweg erheen krijgen we gezelschap van auto’s van de organisatie, die worden voorafgegaan door een motorescorte. Met 110 km/u razen we door de dorpjes. We komen iets voor elven in Cistierna aan. We lopen naar de zone van het

Wereldkampioen Peter Sagan
depart en zien de diverse bussen met de renners staan. We vatten post naast het podium waar de renners het rondeboek moeten tekenen. Zo komen alle renners aan ons voorbij en kunnen we foto’s nemen, aanmoedigen en verzamelt Erik 23 handtekeningen bij elkaar, o.a. van Bouke Mollema, Steven Kruiswijk en Peter Sagan. Het is leuk, maar ook erg vermoeiend. Als de laatste renner (Quintana) voorbij is gaan we weer terug naar Leon.
In León

Kathedraal van Leon
bekijken we de kathedraal, een romaans bouwwerk met prachtig glas in loodramen. Ook zeer de moeite waard is de basiliek van San Isidro met het panteon van de koningen van León ernaast. In het panteon zijn de koningen van León begraven, voordat het koninkrijk werd verenigd met Castilië. De plafonds zijn in de 11e eeuw versierd met prachtige frescoes. Het panteon is alleen met gids te bezoeken en het maken van foto’s is ten strengste verboden!
We zijn nu dus in Oviedo en blijven hier nog twee nachten.
Ik sta helemaal achter dit verslag.
Erik
Mooie foto’s! Mooie reis weer. Veel plezier!
Wat een interessante mix aan natuur en bezienswaardigheden!
Ik geniet mee met jullie.
Heel veel plezier met het vervolg en kom weer gezond terug!
Met hartelijke groet,
Het ziet er weer goed uit!